Artikel 198ter, WIB 92
Art. 198ter treedt in werking op 01.01.2018 (art. 30 en 36, W 30.03.2018 - B.S. 07.05.2018; Numac: 2018011632)
[Het Grondwettelijk Hof, bij arrest nr. 11/2020 van 23.01.2020 (B.S. 24.02.2020; Numac: 2020200521), vernietigt de wet van 30.03.2018 "betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding" en handhaaft de gevolgen van de vernietigde wet totdat, in voorkomend geval, nieuwe wetsbepalingen in werking treden en uiterlijk tot en met 31.12.2020]
§ 1. In afwijking van artikel 52ter is het aftrekpercentage voor de periode tot 31 december van het eerste kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het voertuig bedoeld in artikel 65 werd vervangen door de mobiliteitsvergoeding bedoeld in de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, gelijk aan het aftrekpercentage dat overeenkomstig artikel 198bis van toepassing was op het vervangen voertuig.
In afwijking van het eerste lid, is het aftrekpercentage gelijk aan:
- 95 % als het aftrekpercentage dat overeenkomstig artikel 198bis van toepassing was op het vervangen voertuig hoger is dan 95 %;
- 75 % als het aftrekpercentage dat overeenkomstig artikel 198bis van toepassing was op het vervangen voertuig lager is dan 75 %.
Met ingang van 1 januari van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het in artikel 65 bedoelde voertuig zoals is vervangen door de mobiliteitsvergoeding wordt het in het eerste en tweede lid bedoelde percentage, als het hoger ligt dan 75 %, jaarlijks op 1 januari verlaagd met 10 procentpunten, en dit tot het percentage van de aftrek het tarief van 75 % bereikt.
§ 2. Om het in paragraaf 1 bedoelde tarief te bepalen wordt enkel rekening gehouden met het tarief dat van toepassing is op andere autokosten dan de brandstofkosten.
§ 3. Wanneer aan de werknemer in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan de vervanging, opeenvolgend meerdere voertuigen ter beschikking werden gesteld, is het in paragraaf 1 bedoelde tarief gelijk aan het percentage van aftrekbaarheid dat van toepassing was op het voertuig waarover de werknemer het langst heeft beschikt in die periode.
§ 4. Wanneer de mobiliteitsvergoeding wordt bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, eerste en tweede lid, van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, is het tarief van aftrekbaarheid gelijk aan het tarief dat is vastgelegd in artikel 52ter.
