Artikel 201, WIB 92
Art. 201, vierde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010 (art. 47 en 50, W 22.12.2009 - B.S. 31.12.2009; Numac: 2009003483 - err. B.S. 02.04.2010 - err. B.S. 14.03.2011)
[Elke wijziging die vanaf 01.01.2009 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking]
In de gevallen als vermeld in artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, wordt de investeringsaftrek als volgt vastgesteld:
1° met betrekking tot binnenlandse vennootschappen waarvan de aandelen voor meer dan dehelft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrechtvertegenwoordigen, is het percentage van de aftrek gelijk aan de percentsgewijs uitgedruktestijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor hetvoorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraanhet belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van hetgemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere oflagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 % bedraagt en verhoogd met 1 percentpunt, doch teruggebracht tot 0;
2° met betrekking tot de niet in 1° vermelde vennootschappen is het percentage van de aftrek dat vermeld in 1°, doch teruggebracht tot 0.
Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen kan de Koning, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit, de in het eerste lid, 1° en 2°, vermelde percentages, in zover ze tot 0 worden teruggebracht, verhogen.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.
In het in artikel 69, § 1, eerste lid, 3°, vermelde geval is de investeringsaftrek slechts van toepassing met betrekking tot de in het eerste lid, 1°, vermelde binnenlandse vennootschappen en de binnenlandse vennootschappen die op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht.
In het in artikel 70, eerste lid, vermelde geval is het percentage van de aftrek tot 0 teruggebracht.
De belastingplichtige die onherroepelijk heeft geopteerd voor het in artikel 289quater vermelde belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling, kan niet meer genieten van de in de artikelen 69, § 1, eerste lid, 2°, a) en b) en 70, tweede lid, vermelde investeringsaftrek en voor die belastingplichtige, worden de in artikel 72, tweede lid, bedoelde bedragen van 620.000 euro (basisbedrag) en 2.480.000 euro (basisbedrag) respectievelijk op 310.000 euro (basisbedrag) en 1.240.000 euro (basisbedrag) bepaald. Deze bedragen worden jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast. Die aanpassing gebeurt met behulp van de in artikel 178, § 3, bepaalde coëfficiënt.
