Artikel 221, WIB 92

Art. 221, tweede lid, is van toepassing op de inkomsten die vanaf 01.01.2015 werden verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie en, wat de toepassing van de roerende of bedrijfsvoorheffing betreft, op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.09.2015 (art. 43 en 47, progW 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015; Numac: 2015203736)

Art. 221, eerste lid, 2°, is van toepassing op de vanaf 01.08.2015 afgesloten leningen (art. 62 en 66, progW 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015; Numac: 2015203736)

[Iedere wijziging aan de oprichtingsakte van een juridische constructie als bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, a, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de omzetting in een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, b, van hetzelfde Wetboek of van een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, b, van dat Wetboek met het oog op de omzetting in een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, a, van het genoemde Wetboek die gebeurt vanaf 9 oktober 2014, kan niet worden tegengeworpen aan de administratie.
Voor de toepassing van het tweede lid, moet rekening worden gehouden:
- tot 31 december 2014, met artikel 2, § 1, 13°, b, van het genoemde Wetboek, zoals dat bestond voor te zijn gewijzigd door artikel 38, 1°, van deze wet (progW 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015);
- vanaf 1 januari 2015, met artikel 2, § 1, 13°, b, van hetzelfde Wetboek, zoals het is vervangen door artikel 38, 1°, van deze wet (art. 47, tweede en derde lid, progW 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015; opgeheven door art. 99, progW 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017032136. Art. 99 is van toepassing op de inkomsten die vanaf 17.09.2017 werden verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie. en, wat de toepassing van de roerende voorheffing betreft, op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf de eerste dag van de maand na die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekend gemaakt (01.01.2018) (art. 100, 1ste lid, progW 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017032136)).]

De aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen zijn uitsluitend belastbaar ter zake van:

1° het kadastraal inkomen van hun in België gelegen onroerende goederen, wanneer dit kadastraal inkomen niet van onroerende voorheffing is vrijgesteld ingevolge artikel 253 of ingevolge bijzondere wettelijke bepalingen;

2° inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen, met inbegrip van de in artikel 21, 5°, 6° en 10°, vermelde eerste inkomstenschijven en de in artikel 21, 13°, vermelde interesten, evenals in artikel 90, 5° tot 7° en 11°, vermelde diverse inkomsten.

Artikel 21, 12°, is van toepassing op de overeenkomstig artikel 220/1 belaste rechtspersonen.