Artikel 229, WIB 92
Art. 229 is van toepassing vanaf aanslagjaar 1992 (art. 141, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. Voor de toepassing van artikel 228, § 2, 3°, betekent de uitdrukking "Belgische inrichting" elke vaste inrichting met behulp waarvan de beroepswerkzaamheden van een buitenlandse onderneming geheel of gedeeltelijk in Belgi° worden uitgeoefend.
Een vaste inrichting vormt in het bijzonder:
1° een plaats waar leiding wordt gegeven;
2° een filiaal;
3° een kantoor;
4° een fabriek;
5° een werkplaats;
6° een agentuur;
7° een mijn, een steengroeve of enige andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen;
8° een bouw of constructiewerk waarvan de duur een ononderbroken periode van 30 dagen overschrijdt;
9° een opslagplaats;
10° een goederenvoorraad.
§ 2. Een Belgische inrichting is eveneens de vertegenwoordiger, niet zijnde een onafhankelijke tussenhandelaar optredend in het normale kader van zijn activiteit, die in België werkzaam is voor een niet inwoner als bedoeld in artikel 227, zelfs wanneer de vertegenwoordiger geen machtiging bezit om namens die niet inwoner overeenkomsten te sluiten.
§ 3. Iedere vennoot of ieder lid van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer in België heeft of die beschikt over een Belgische inrichting als vermeld in de §§ 1 en 2, wordt voor de toepassing van artikel 228, § 2, 3°, geacht over een Belgische inrichting te beschikken.
