Artikel 23, WIB 92
Art. 23, § 1, 2 en 3, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 20, ten dele, WIB; art. 43, 1ste lid, ten dele, 3de lid, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. Beroepsinkomsten zijn inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen uit werkzaamheden van alle aard, met name:
1° winst;
2° baten;
3° winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid;
4° bezoldigingen;
5° pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen.
§ 2. Onder het nettobedrag van beroepsinkomsten wordt verstaan het totale bedrag van die inkomsten met uitsluiting van de vrijgestelde inkomsten en na uitvoering van de volgende bewerkingen:
1° het brutobedrag van de inkomsten van iedere beroepswerkzaamheid wordt verminderd met de beroepskosten die op deze inkomsten betrekking hebben;
2° beroepsverliezen die tijdens het belastbare tijdperk zijn geleden uit hoofde van enige beroepswerkzaamheid, worden afgetrokken van de inkomsten van andere beroepswerkzaamheden;
3° van de beroepsinkomsten, bepaald overeenkomstig 1° en 2°, worden de beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken afgetrokken;
4° het totaal van de overeenkomstig 1° tot 3° bepaalde beroepsinkomsten wordt verminderd met de aftrekken vermeld in de artikelen 81 tot 85.
§ 3. De Koning bepaalt de wijze waarop en de volgorde waarin de vrijstellingen en aftrekken worden aangerekend.
