Artikel 247, WIB 92

Vanaf 01.01.2021

[Het Grondwettelijk Hof, bij arrest nr. 11/2020 van 23.01.2020 (B.S. 24.02.2020; Numac: 2020200521), vernietigt de wet van 30.03.2018 "betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding" en handhaaft de gevolgen van de vernietigde wet totdat, in voorkomend geval, nieuwe wetsbepalingen in werking treden en uiterlijk tot en met 31.12.2020]


In gevallen vermeld in artikel 234 wordt de belasting berekend:

1° tegen het tarief van 20 % van de inkomsten vermeld in artikel 234, 1° en 2°;

2° tegen het tarief vermeld in artikel 215, eerste lid, wat betreft de in artikel 234, eerste lid, 3°, bedoelde bijdragen, pensioenen, renten en toelagen, de in artikel 234, eerste lid, 5°, bedoelde financiële voordelen of voordelen van alle aard en de in artikel 234, eerste lid, 6° en 7°, bedoelde bedragen;

3° tegen het tarief van 100 % wat de in artikel 234, 4°, vermelde niet verantwoorde kosten en financiële voordelen of voordelen van alle aard betreft, tenzij kan worden aangetoond dat de verkrijger van die kosten of voordelen een rechtspersoon, is in welk geval de aanslag gelijk is aan 50 %.