Artikel 265, WIB 92
Art. 265, 3°, is van toepassing op inkomsten betaald vanaf 01.01.2006 (art. 114, progW 27.12.2005 - B.S. 30.12.2005; Numac: 2005021182 - err. B.S. 20.03.2006)
Evenmin is roerende voorheffing verschuldigd op inkomsten die zijn verleend of toegekend:
1° aan de Staat uit hoofde van financiële beheersverrichtingen verwezenlijkt in het algemeen belang van de Schatkist of voortvloeiend uit de vorming van onmiddellijk beschikbare gelden om het hoofd te bieden aan de kastekorten, wegens de onmogelijkheid toegang te krijgen tot de geldmarkt door middel van dagelijkse uitgiften van schatkistcertificaten.
2° aan de vennootschappen bedoeld in artikel 261, 3°, met betrekking tot de activa die behoren tot de beleggingsfondsen waarvan zij het beheer verzorgen.
3° op de inkomsten bedoeld in artikel 19bis wanneer die worden betaald of toegekend aan gemeenschappelijke beleggingsfondsen en aan belastingplichtigen anderen dan degenen onderworpen aan de personenbelasting.
De roerende voorheffing is evenmin verschuldigd door de in België gevestigde tussenpersonen die in artikel 90, 11°, bedoelde vergoedingen, van buitenlandse oorsprong betalen, wanneer deze tussenpersonen dergelijke vergoedingen betalen in het onmiddellijke voordeel van een binnenlandse vennootschap of een belastingplichtige onderworpen aan de belasting der niet-inwoners overeenkomstig artikel 233.
