Artikel 266, WIB 92
Art. 266, derde lid, is van toepassing op de vanaf 01.07.1994 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten (art. 42, W 06.07.1994 - B.S. 16.07.1994; Numac: 1994003443)
De Koning kan, onder de voorwaarden en binnen de grenzen die Hij bepaalt, geheel of ten dele afzien van de inning van de roerende voorheffing op inkomsten van roerende goederen en kapitalen en van diverse inkomsten, indien het verkrijgers betreft van wie de identiteit kan worden vastgesteld, of effecten aan toonder waarvan de inkomsten begrepen zijn in een van de volgende categorieen:
1° inkomsten van voor 1 december 1962 uitgegeven effecten die wettelijk van mobilienbelasting of van zakelijke belastingen zijn vrijgesteld of aan belastingen zijn onderworpen tegen een aanslagvoet van minder dan 15 %;
2° inkomsten uit certificaten van Belgische instellingen voor collectieve belegging;
3° uitgiftepremies met betrekking tot obligaties, kasbons of andere effecten van leningen uitgegeven vanaf 1 december 1962.
In geen geval kan Hij afzien van de inning van de roerende voorheffing op inkomsten van door effecten vertegenwoordigde leningen waarvan de interest wordt gekapitaliseerd of van effecten die geen aanleiding geven tot een periodieke uitbetaling van interest en die worden uitgegeven met een disconto dat overeenstemt met de tot op de vervaldag van het effect gekapitaliseerde interest.
Het tweede lid is niet van toepassing op effecten voortgekomen uit de splitsing van lineaire obligaties uitgegeven door de Belgische Staat.
