Artikel 275^7, WIB 92

Art. 275^7, derde en vierde lid, is van toepassing vanaf 01.06.2009 (art. 18, 2° en 3°, en 19, 2de lid, W 27.03.2009 - B.S. 07.04.2009; Numac: 2009201450)


De in het tweede lid omschreven werkgevers die bezoldigingen betalen of toekennen en die krachtens artikel 270, 1°, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen, worden ervan vrijgesteld een deel van die bedrijfsvoorheffing in de Schatkist te storten, op voorwaarde dat de genoemde voorheffing volledig op die bezoldigingen wordt ingehouden.

De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op:

- werkgevers die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;

- de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid die uitzendkrachten ter beschikking stellen van de in het eerste streepje bedoelde ondernemingen.

- de volgende autonome overheidsbedrijven: de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel.

De niet te storten bedrijfsvoorheffing bedraagt 0,75 % van het bruto bedrag van de bezoldigingen voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage.

Voor de werkgevers van de werknemers die ressorteren onder het toepassingsgebied van de paritaire comités en subcomités opgesomd in artikel 1, 1°, a) tot en met p), van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector wordt een bedrag dat overeenstemt met twee derden van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing onmiddellijk besteed aan de financiering van de Sociale Maribelfondsen. Dit bedrag wordt door de werkgever aan de bevoegde ontvanger der belastingen gestort op hetzelfde moment dat de bedrijfsvoorheffing in de Schatkist wordt gestort. De Schatkist boekt deze bedragen over aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid die ze op zijn beurt verdeelt tussen de begunstigde Sociale Maribelfondsen.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel.