Artikel 275^9, WIB 92
Art. 275^9 is van toepassing vanaf 01.06.2014 (art. 19, W 15.05.2014 - B.S. 22.05.2014; Numac: 2014203009)
§ 1. De in § 2 bedoelde werkgevers die een in § 3 bedoelde investering verrichten in een inrichting, gelegen in een steunzone die is opgenomen in de A groep van het door de Koning genomen besluit ter uitvoering van artikel 16 van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, die op geldige wijze een formulier als bedoeld in artikel 275^8, § 5, hebben overgelegd, die bezoldigingen betalen of toekennen, en die krachtens artikel 270, 1°, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen worden ervan tijdelijk vrijgesteld een bepaald percentage van de bedrijfsvoorheffing die betrekking heeft op de in artikel 275^8, § 4, bedoelde bezoldigingen in de Schatkist te storten, op voorwaarde dat de genoemde voorheffing volledig op die bezoldigingen wordt ingehouden. Dit percentage wordt door de Koning vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd besluit. De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit lid genomen besluiten. Deze besluiten houden op uitwerking te hebben indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twee jaar na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging heeft terugwerkende kracht tot op deze datum.
Deze vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing kan niet worden toegepast op de belastbare bezoldigingen van werknemers waarvoor reeds een andere vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing zoals bedoeld in de artikelen 275^1, 275^2, 275^3, 275^4 en 275^6 wordt toegepast.
De vrijstelling van doorstorting wordt definitief toegestaan nadat de werkgever in een bijlage aan zijn aangifte in de inkomstenbelasting die betrekking heeft op het vijfde aanslagjaar volgend op het aanslagjaar verbonden aan het belastbaar tijdperk binnen hetwelk de door de investering gecreëerde nieuwe arbeidsplaats is ingevuld, aantoont dat de tewerkstelling ten minste gedurende vijf jaar behouden is gebleven. Het model van de bijlage wordt door de minister die bevoegd is voor Financiën of zijn afgevaardigde vastgesteld.
Indien de werkgever bij het verstrijken van de in het vorige lid vermelde termijn niet heeft aangetoond dat de nieuw gecreëerde arbeidsplaats gedurende de voorgeschreven termijn behouden is gebleven, wordt de bedrijfsvoorheffing die krachtens het eerste lid werd vrijgesteld van doorstorting aangemerkt als verschuldigde bedrijfsvoorheffing van het belastbaar tijdperk binnen hetwelk de genoemde termijn is verstreken.
De vrijstelling van doorstorting is beperkt per werkgever en binnen een periode van 36 maanden tot een maximum van 7,5 miljoen euro"s.
§ 2. De vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan enkel worden toegepast door een werkgever die niet voldoet aan de criteria van artikel 275^8, § 2, eerste en vijfde lid.
De vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing kan niet worden toegepast door een werkgever zoals bedoeld in artikel 275^8, § 2, zesde lid.
§ 3. De in § 1 bedoelde investering komt slechts in aanmerking in zoverre voor die investering een gewestelijke steun is verleend. Het betreft een investering in materiële of immateriële vaste activa die verband houdt met:
- hetzij, de oprichting van een nieuwe inrichting;
- hetzij, de diversificatie van de activiteit van een inrichting, op voorwaarde dat de nieuwe activiteit niet dezelfde is als of vergelijkbaar is met de activiteit die voordien in die inrichting werd uitgeoefend.
De investering bedoeld in § 1 kan ook betrekking hebben op een overname van materiële of immateriële vaste activa zoals bedoeld in artikel 275^8, § 3, tweede en derde lid.
Dit artikel is evenwel niet van toepassing op investeringen die kaderen in de uitoefening van een activiteit in één van de sectoren bedoeld in artikel 275^8, § 3, vierde lid.
