Artikel 27, WIB 92
Art. 27, tweede lid, 5°, is van toepassing met ingang van 01.01.1996 (art. 1 en 4, W 07.04.1995 - B.S. 16.06.1995; Numac: 1995003374)
Baten zijn alle inkomsten uit een vrij beroep, een ambt of post en alle niet als winst of als bezoldigingen aan te merken inkomsten uit een winstgevende bezigheid.
Zij omvatten:
1° de ontvangsten;
2° de voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid;
3° alle verwezenlijkte meerwaarden op activa die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt;
4° de vergoedingen van alle aard die gedurende het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen:
a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de beroepswerkzaamheid of van de baten daarvan tot gevolg kan hebben;
b) tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van baten;
5° de vergoeding van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement, alsmede de vergoedingen voor de uitoefening van bijzondere functies in die vergaderingen, met uitzondering van de terugbetaling door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement van gedane kosten.
Meerwaarden op de in artikel 66 vermelde voertuigen worden slechts tot 75 % in aanmerking genomen.
