Artikel 281, WIB 92
Art. 281, tweede lid, is van toepassing op de aandelen uitgeleend vanaf 14.04.1999 (art. 59, W 10.03.1999 - B.S. 14.04.1999; Numac: 1999003142)
De roerende voorheffing betreffende dividenden waarvan de verkrijger de effecten gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid, wordt slechts verrekend op voorwaarde dat de belastingplichtige de volle eigendom van de effecten had op het ogenblik waarop de dividenden zijn toegekend of betaalbaar gesteld.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt een lening van aandelen als vermeld in artikel 18, eerste lid, 3°, niet als een vervreemding aangemerkt.
Bron: FisconetPlus
