Artikel 284, WIB 92
Art. 284 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 193, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456; art. 45, W 06.07.1994 - B.S. 16.07.1994; Numac: 1994003443)
De Koning kan de verrekening van een fictieve voorheffing voorschrijven binnen de grenzen en onder de voorwaarden die Hij bepaalt met betrekking tot:
1° inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten als vermeld in artikel 90, 5° tot 7° waarvoor Hij ingevolge artikel 266 geheel of ten dele afziet van de inning van de roerende voorheffing;
2° roerende inkomsten van effecten die voor de inwerkingtreding van de wet van 20 november 1962 houdende hervorming van de inkomstenbelastingen zijn uitgegeven.
Bron: FisconetPlus
