Artikel 29, WIB 92
Art. 29, § 2, 5°, is van toepassing op de verenigingen van mede-eigenaars die vanaf 01.08.1995 rechtspersoonlijkheid bezitten (art. 5 en art. 80, § 4, W 22.12.1998 - B.S. 15.01.1999; Numac: 1998003665)
§ 1. In burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die winst of baten verkrijgen, worden de opnemingen van de vennoten of leden en hun deel in de verdeelde of onverdeelde winst of baten, als winst of baten van de vennoten of leden aangemerkt.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, worden geacht verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid te zijn:
1° onregelmatig opgerichte handelsvennootschappen;
2° landbouwvennootschappen, behalve indien deze voor de heffing van de vennootschapsbelasting hebben gekozen; de Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de keuze en het behoud ervan zijn onderworpen;
3° Europese economische samenwerkingsverbanden;
4° economische samenwerkingsverbanden;
5° verenigingen van medeëigenaars die krachtens artikel 577-5, § 1, van het Burgerlijk Wetboek rechtspersoonlijkheid bezitten.
