Artikel 305, WIB 92
Art. 305, tweede en derde lid, treedt in werking op 01.01.2025 (art. 14 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)
[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]
Belastingplichtigen die aan de personenbelasting, aan de vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, zomede de in artikel 227 beoogde belastingplichtigen waarvoor overeenkomstig de artikelen 232 tot 234 en 248, §§ 2 en 3 de belasting wordt gevestigd, zijn gehouden ieder jaar aan de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen een aangifte over te leggen in de vormen en binnen de termijnen omschreven in de artikelen 307 tot 311.
De belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting en de belastingplichtigen die, overeenkomstig artikel 227, 2° en 3°, aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, moeten hun aangifte langs elektronische weg indienen. Zij hebben de verplichting om hun eBox te activeren om aan hun verplichtingen inzake inkomstenbelastingen te voldoen.
De belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting en aan de belasting van niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 1°, die hun eBox hebben geactiveerd en dus gekozen hebben voor de elektronische communicatie, dienen hun aangifte eveneens elektronisch in.
Indien de belastingplichtige overleden of wettelijk onbekwaam is, rust de verplichting tot aangifte in het eerste geval op de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden, in het tweede geval op de wettelijke vertegenwoordiger.
Bij de zonder vereffening ontbonden vennootschappen in het kader van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing of een andere ontbinding zonder verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen, rust de verplichting tot aangifte naargelang het geval op de overnemende vennootschap of op de verkrijgende vennootschappen. Bij de andere ontbonden vennootschappen rust deze verplichting op de vereffenaars.
Belastingplichtigen die niet kunnen lezen, noch ondertekenen, mogen hun aangifte laten invullen door de personeelsleden van de aanslagdienst waaronder zij ressorteren, mits zij de vereiste inlichtingen verstrekken. In dat geval wordt van deze omstandigheid melding gemaakt in de aangifte en wordt deze ondertekend door het personeelslid die ze ingevuld heeft.
De aangiften mogen ook worden overgelegd door een lasthebber, die alsdan van de algemene lastgeving krachtens welke hij optreedt moet doen blijken.
