Artikel 306, WIB 92
Art. 306, § 3, treedt in werking op 01.01.2025 (art. 15 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)
[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]
§ 1. Volgens de regels en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bepaalde categorieën van belastingplichtigen vrijstellen van de in artikel 305 vermelde aangifteplicht in de personenbelasting.
Die belastingplichtigen zijn niettemin verplicht een aangifte te doen wanneer hen dat uitdrukkelijk gevraagd wordt door een daartoe gemachtigd ambtenaar van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen.
§ 2. Aan de belastingplichtigen die overeenkomstig § 1 van aangifteplicht zijn vrijgesteld wordt een voorstel van vereenvoudigde aangifte toegestuurd. Dit voorstel vermeldt de belastbare grondslag en de daarop verschuldigde belasting, zomede alle inlichtingen en gegevens die in aanmerking zijn genomen.
In afwijking van het eerste lid en volgens de regels en onder de voorwaarden die Hij vaststeld, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de gevallen bepalen waarin de administratie geen voorstel van vereenvoudigde aangifte moet toesturen.
§ 3. Indien de belastingplichtige niet akkoord gaat met het voorstel van vereenvoudigde aangifte, dient hij de administratie daarvan binnen de maand na de datum van de verzending van dat voorstel in kennis te stellen met vermelding van zijn motieven via het daarvoor bestemde antwoordformulier door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform of voor de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, via het daarvoor bestemde antwoordformulier onder gesloten omslag.
Bovendien dient de belastingplichtige binnen dezelfde termijn iedere onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel van vereenvoudigde aangifte aan de administratie mede te delen via het daarvoor bestemde antwoordformulier door middel van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform of voor de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, via het daarvoor bestemde antwoordformulier onder gesloten omslag.
§ 4. Het voorstel van vereenvoudigde aangifte, aangevuld met de gegevens die de belastingplichtige binnen de in § 3 vermelde termijn heeft ter kennis gebracht, heeft dezelfde waarde als een in de voorgeschreven vormen en termijnen gedane aangifte.
Indien de belastingplichtige evenwel de in § 3, tweede lid, vermelde verplichting niet heeft nageleefd wordt het voorstel van vereenvoudigde aangifte met een onvolledige of onjuiste aangifte gelijkgesteld.
