Artikel 307bis, WIB 92

Art. 307bis, § 3, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015 (art. 27 en 36, 2de lid, W 17.06.2013 - BS 28.06.2013; Numac: 2013003202)

[de Koning kan voor iedere categorie van belastingplichtigen een vroegere inwerkingtreding bepalen (art. 36, 4de lid, W 17.06.2013 - BS 28.06.2013)]


§ 1. De elektronische aangifte, door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gesteld, die werd ingevuld en overgezonden overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, wordt gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aangifte bedoeld in artikel 307, § 2.

§ 2. De bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende de aangifte zijn van toepassing op de elektronische aangifte voorzover deze bepalingen omwille van hun aard of hun modaliteiten er niet strijdig zouden mee zijn.

§ 3. De belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting, en de belastingplichtigen die, overeenkomstig artikel 227, 2° en 3°, aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, moeten hun aangifte langs elektronische weg indienen.

De belastingplichtigen bedoeld in het eerste lid zijn vrijgesteld van de verplichting tot indiening langs elektronische weg zolang zij of in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangifte namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen. In dit geval moet de indiening van de aangifte geschieden op papier.

De Koning bepaalt de modaliteiten met betrekking tot haar indiening.