Artikel 316, WIB 92
Art. 316 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 22 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)
[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]
Onverminderd het recht van de administratie tot het vragen van mondelinge inlichtingen, is eenieder die onderhevig is aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners verplicht de administratie, op haar verzoek, binnen een maand te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop de aanvraag door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtige is ter beschikking gesteld, welke termijn wegens wettige redenen kan worden verlengd, schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken die van hem worden gevorderd met het oog op het onderzoek van zijn fiscale toestand.
Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren, of wanneer de belastingplichtige zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet heeft kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, gebeurt voormelde verzending van de aanvraag onder gesloten omslag. De in het eerste lid bedoelde termijn vangt aan vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de aanvraag.
