Artikel 31ter, WIB 92

Art. 31ter is van toepassing 10 dagen na publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad (29.04.2019) (art. 22, W 07.04.2019 - B.S. 19.04.2019; Numac: 2019201744)

[De opbrengst van de in artikel 31ter, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingvermeerdering wordt overgemaakt aan de RSZ-Globaal Beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de wijze waarop de storting wordt uitgevoerd, met inbegrip van de berekeningswijze van de nalatigheidsinteresten en andere administratieve kosten in geval van laattijdige stortingen.]


§ 1. Tot de in artikel 31, tweede lid, 3°, bedoelde vergoedingen behoort ook 86,93 % van het gedeelte van het in artikel 20 van de wet van 7 april 2019 betreffende de sociale bepalingen van de jobsdeal bedoelde opleidingsbudget dat bij toepassing van artikel 38, § 1, eerste lid, is vrijgesteld en niet tijdig is besteed overeenkomstig artikel 20, § 2, van de voormelde wet.

De in het eerste lid vermelde vergoeding wordt aangemerkt als een bezoldiging van het belastbare tijdperk waarin de in artikel 20, § 2, eerste lid, van de voormelde wet van 7 april 2019 vermelde termijn verstrijkt of van het belastbare tijdperk waarin de belastingplichtige overleden is, wanneer dit het hiervoor bedoelde belastbare tijdperk voorafgaat.

In het geval het opleidingsbudget bij toepassing van artikel 20, § 3, van de voormelde wet van 7 april 2019 op een derdenrekening moet worden gestort en de derdenrekening vóór het verstrijken van de in artikel 20, § 2, eerste lid, van diezelfde wet vermelde termijn wordt vereffend, wordt 86,93 % van het gedeelte van het opleidingsbudget dat bij toepassing van artikel 38, § 1, eerste lid, is vrijgesteld en dat niet aan de in artikel 20, § 2, van de voormelde wet van 7 april 2019 bedoelde uitgaven voor opleiding werd besteed vóór de vereffening van de derdenrekening, aangemerkt als een bezoldiging van het belastbare tijdperk waarin de derdenrekening is vereffend.

§ 2. Wanneer de opzeggingsvergoeding die bij toepassing van artikel 20, § 1, van de voormelde wet van 7 april 2019 is uitbetaald in de vorm van een opleidingsbudget onderworpen was aan de in artikel 38, § 3vicies van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers bedoelde solidariteitsbijdrage, wordt de totale belasting van het overeenkomstig paragraaf 1, tweede of derde lid bepaalde belastbare tijdperk, verhoogd met 13,07 % van het bruto bedrag van het in paragraaf 1, eerste of derde lid, bedoelde gedeelte van het opleidingsbudget, zonder toepassing van de beperking tot 86,93 %.