Artikel 32/2, WIB 92

Art. 32/2, § 2, vijfde lid, § 5, eerste en tweede lid, § 8, eerste en tweede lid, treedt in werking op 01.01.2022 (art. 6 en 71, 1ste lid, W 05.07.2022 - B.S. 15.07.2022; Numac: 2022032714)


§ 1. In hoofde van ingekomen onderzoekers die in artikel 30, 1°, bedoelde bezoldigingen verkrijgen, wordt het ten laste nemen van bepaalde kosten door de werkgever beschouwd als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever binnen de voorwaarden en binnen de grenzen voorzien in dit artikel.

§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "ingekomen onderzoeker", verstaan:

1° de onderzoeker die rechtstreeks in het buitenland aangeworven wordt door een binnenlandse vennootschap, door een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap of door een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid, teneinde er een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen;

2° de onderzoeker die door een buitenlandse onderneming die deel uitmaakt van een multinationale groep, ter beschikking wordt gesteld van één of meerdere binnenlandse vennootschappen, van één of meerdere Belgische inrichtingen van een buitenlandse vennootschap die tot dezelfde multinationale groep behoren of van een in artikel 1:6, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde vereniging met rechtspersoonlijkheid, teneinde een in België belastbare bezoldigde activiteit uit te oefenen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "multinationale groep" verstaan, elke groep die twee of meer ondernemingen omvat die inwoner zijn van verschillende rechtsgebieden of die een onderneming omvat die inwoner is van het ene rechtsgebied en in een ander rechtsgebied aan belasting onderworpen is ter zake van de werkzaamheden die met behulp van een Belgische of buitenlandse inrichting worden uitgeoefend.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "onderzoeker", elke werknemer verstaan die:

1° alleen of in groep, uitsluitend of hoofdzakelijk onderzoeksactiviteiten verricht met wetenschappelijk, fundamenteel, industrieel of technisch karakter, binnen een laboratorium dat of een onderneming die een of meerdere programma's inzake onderzoek en ontwikkeling voert;

en die

2° in het bezit is van een in het vijfde lid bedoeld diploma of een relevante beroepservaring van minstens 10 jaar kan aantonen.

Met een uitsluitende of hoofdzakelijke activiteit wordt in dit geval een tijdsbesteding bedoeld van minstens 80 % van de werktijd.

Het in het derde lid, 2°, bedoelde diploma is een diploma van doctor of master in de studiegebieden van de exacte of toegepaste technische wetenschappen, de burgerlijke ingenieurswetenschappen, de medische wetenschappen, de dierengeneeskunde, de farmaceutische wetenschappen, de architectuurwetenschappen of de landbouwwetenschappen.

§ 3. In hoofde van de in paragraaf 2 bedoelde ingekomen onderzoeker moeten bovendien de onderstaande voorwaarden cumulatief zijn vervuld:

1° in de loop van de 60 maanden voorafgaand aan de indiensttreding in België, geen rijksinwoner zijn geweest, noch gewoond hebben binnen een afstand van 150 kilometer van de grens, noch onderworpen zijn geweest aan de belasting van niet-inwoners voor beroepsinkomsten in België;

2° het akkoord verkrijgen van de administratie in het kader van de bij paragraaf 8 bepaalde procedure.

Ten laatste op 31 januari van elk kalenderjaar deelt de werkgever een nominatieve lijst van de onderzoekers die in de loop van het voorafgaande jaar dit stelsel genoten mee aan de administratie die belast is met de vestiging van de belasting. De Koning bepaalt de vorm waarin deze mededeling aan de bevoegde administratie wordt gedaan.

§ 4. Wanneer in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode niet langer voldaan is aan de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden, wordt de toepassing van dit stelsel beëindigd.

§ 5. Het ten laste nemen, bovenop de bezoldiging, door de werkgever, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, van terugkerende uitgaven die rechtstreeks voortkomen uit de ter beschikking stelling of de tewerkstelling in België, wordt aangemerkt als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever tot een bedrag van 30 % van de bezoldiging.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "bezoldiging" verstaan, de (...) brutobezoldiging voor de in België geleverde prestaties vóór aftrek van sociale zekerheidsbijdragen, met uitsluiting van de opzeggingsvergoedingen, vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen en de bij toepassing van artikel 38 vrijgestelde bezoldigingen en met uitsluiting van de terugbetalingen van de in deze paragraaf en in paragraaf 6 bedoelde terugbetalingen.

Het in het eerste lid bedoelde bedrag dat als eigen kosten van de werkgever wordt aanvaard, is beperkt tot 90.000 euro per jaar. De Koning kan dit bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex overeenkomstig de regels vastgelegd in artikel 32/1, § 3, zesde lid.

Voor het jaar van aankomst in België, alsook voor het jaar van vertrek uit België of het jaar waarin dit stelsel overeenkomstig paragraaf 7 een einde neemt, wordt het in het derde lid bedoelde maximumbedrag pro rata bepaald op basis van het aantal dagen dat de arbeidsverhouding in België dat jaar heeft bestaan en aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.

Wanneer de ingekomen onderzoeker zijn werkzaamheid moet onderbreken en zijn bezoldiging niet wordt doorbetaald, maar de in het eerste lid bedoelde kosten ingevolge een contractuele verplichting toch verder ten laste worden genomen door de werkgever, wordt de bezoldiging waarop het 30 %-plafond wordt berekend, bepaald alsof de werkzaamheid niet werd onderbroken.

§ 6. Worden eveneens aangemerkt als terugbetalingen van eigen kosten van de werkgever, de kosten die door de werkgever, hetzij rechtstreeks, hetzij onder de vorm van specifieke terugbetalingen, zijn gedragen in de mate dat deze kosten tot doel hebben om het volgende te dekken:

1° de kosten die voortvloeien uit de verhuis van de ingekomen onderzoeker naar België;

2° de kosten die verband houden met de inrichting van de woning in België gedaan in de eerste zes maanden na aankomst in België;

3° het schoolgeld voor de kinderen van de ingekomen onderzoeker of zijn partner die met hun ouders of een van hen verhuizen, wanneer ze volgens de Belgische wetgeving de leerplichtige leeftijd hebben en als dusdanig kleuteronderwijs, lager onderwijs of secundair onderwijs volgen in België in een privéschool of een internationale school.

De in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten omvatten enkel de kosten van één reis om een nieuwe verblijfplaats in België te zoeken, de reiskosten van de ingekomen onderzoeker zelf, van zijn partner en de kinderen die tot zijn gezin behoren, alsook de kosten voor het demonteren, verpakken, laden, vervoeren, ontladen, uitpakken en monteren van het meubilair dat toebehoort aan de ingekomen onderzoeker. In voorkomend geval, worden ook de hotelkosten van de ingekomen onderzoeker, zijn partner en van de kinderen die tot zijn gezin behoren gedurende de eerste drie maanden na de indiensttreding in België beoogd.

De in het eerste lid, 2°, bedoelde kosten, omvatten enkel de kosten die zijn gemaakt voor de aankoop van materiaal dat bestemd is om in de woning in België te blijven of voor de aankoop van huishoudtoestellen volgens de geldende normen in België.

De kosten die als in het eerste lid, 2°, bedoelde eigen kosten van de werkgever worden aanvaard, zijn beperkt tot het bedrag van 1.500 euro. De Koning kan dit bedrag om de drie jaar en voor het eerst voor het inkomstenjaar 2024 aanpassen aan de stijging van de afgevlakte gezondheidsindex overeenkomstig de regels vastgelegd in artikel 32/1, § 3, zesde lid.

Het komt aan de ingekomen onderzoeker toe om de werkelijkheid en het bedrag van deze kosten te bewijzen aan de hand van bewijskrachtige stukken of, indien dit niet mogelijk is, op basis van alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

§ 7. De paragrafen 5 en 6 zijn van toepassing gedurende de periode van de opdracht van de ingekomen onderzoeker in België, met een maximum van 5 jaar.

Indien het verblijf van de onderzoeker de in het eerste lid vermelde duur overschrijdt, wordt de toepassing van de paragrafen 5 en 6 met 3 jaar verlengd, voor zover voldaan blijft aan de bij paragraaf 2 bepaalde voorwaarden met betrekking tot de werkgever.

§ 8. Om te kunnen genieten van het in dit artikel bedoelde stelsel, moet de werkgever via elektronische weg een aanvraag indienen bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst. De aanvraag moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de indiensttreding van de ingekomen onderzoeker in België. De Koning bepaalt de vorm en inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld.

De aanvraag voor de in paragraaf 7, tweede lid, bedoelde verlenging van het stelsel wordt op straffe van verval via elektronische weg door de werkgever gedaan bij de door de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit aangeduide dienst ten laatste 3 maanden na het aflopen van de eerste termijn van 5 jaar te rekenen vanaf de start van de indiensttreding van de belastingplichtige in België. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het formulier dat hiertoe moet worden ingevuld.

In bijlage bij de in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraag moet een door de betrokken onderzoeker ondertekend attest worden gevoegd, dat zijn akkoord met de aanvraag voor de toepassing van het stelsel bevestigt.

De administratie spreekt zich uit binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. De onderzoeker en de werkgever worden schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing van de administratie.

In geval van een positief antwoord, is het in dit artikel beoogde stelsel van toepassing op de bezoldigingen die door de ingekomen onderzoeker worden verkregen vanaf zijn indiensttreding in België.

§ 9. In het geval van een wijziging van werkgever in de loop van de in paragraaf 7 bedoelde periode, kan een nieuwe aanvraag voor de toepassing van dit stelsel worden ingediend door de nieuwe werkgever, zoals omschreven in paragraaf 8.

In dat geval kan de regeling opnieuw toegekend worden aan de onderzoeker voor zover:

1° aan de in paragraaf 2 vermelde voorwaarden met betrekking tot de werkgever voldaan blijft;

en

2° overeenkomstig paragraaf 7, de totale duur van de toepassing van dit stelsel in hoofde van de ingekomen onderzoeker niet meer bedraagt dan 5 jaar, in voorkomend geval verlengd met 3 jaar, te rekenen vanaf de eerste tewerkstelling in België.

In het in deze paragraaf bedoelde geval, moet het in paragraaf 5, derde lid, vermelde maximumbedrag worden beoordeeld in verhouding tot de tewerkstelling van de onderzoeker bij de respectievelijke werkgevers in de loop van het jaar.