Artikel 321quater, WIB 92
Art. 321quater is van toepassing 10 dagen na publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad (09.01.2021) en treedt buiten werking op de dag waarop de richtlijn over administratieve samenwerking op belastinggebied in ons intern recht in werking treedt [art. 15, 16, en 18, 2de lid, W 20.12.2020 - B.S. 30.12.2020; Numac: 2020044502; art. 18, 2de lid (opgeheven) treedt in werking op 01.01.2023 (art. 2 en 18, W 21.12.2022 - B.S. 30.12.2022; Numac: 2022043134)]
§ 1. De onderneming die als exploitant van een digitaal samenwerkingsplatform personen op afstand verbindt voor de levering van een dienst, is ertoe gehouden:
1° bij elke totstandkoming van een overeenkomst via het platform volledige informatie te verstrekken over de fiscale en sociale verplichtingen die rusten op de personen die door haar tussenkomst diensten leveren. Ze is er tevens toe gehouden deze personen een elektronische link naar de websites van de overheidsdiensten ter beschikking te stellen, die hen in staat stelt aan deze verplichtingen te voldoen, en, in voorkomend geval, de naam van de in paragraaf 3 bedoelde vertegenwoordiger mee te delen;
2° uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op dat waarvoor de informatie wordt verstrekt, via elektronische weg aan de natuurlijke personen die als gebruiker van het platform, bedragen hebben ontvangen voor het verrichten van diensten in het kader van een overeenkomst die via het platform tot stand is gekomen en waarvan de onderneming op de hoogte is, een document met de volgende informatie toe te zenden:
a) de identiteit van de gebruiker en zijn fiscaal nummer of, wanneer de verkrijger niet over een fiscaal nummer beschikt, zijn geboortedatum, voornaam en naam en volledige adres;
b) de datum van aanvang of van stopzetting van zijn activiteit;
c) de omschrijving van de door de gebruiker geleverde diensten;
d) het bruto bedrag van de door de gebruiker verrichte transacties, desgevallend opgesplitst volgens de aard van de verrichte dienst;
e) desgevallend, het bedrag en de aard van eventuele ingehouden sommen, desgevallend opgesplitst volgens de aard van de verrichte dienst.
De in het eerste lid bedoelde diensten zijn de diensten in de zin van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde die worden verleend aan natuurlijke personen of rechtspersonen door een natuurlijke persoon die inwoner is van België of die in België worden verleend door een niet-inwoner.
Het in het eerste lid, 2°, a, bedoelde fiscaal nummer is het rijksregisternummer van de gebruiker of, voor niet-inwoners die geen rijksregisternummer hebben, het bis-identificatienummer toegekend door de Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid. Het gebruik van het rijksregisternummer en het bis-identificatienummer is beperkt tot het doeleinde van het opstellen van het in het eerste lid, 2°, en paragraaf 2 bedoelde document.
De Koning bepaalt hoe de in het eerste lid, 2°, c, bedoelde omschrijving van de geleverde diensten dient te gebeuren.
§ 2. Uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op het jaar waarvoor de informatie wordt verstrekt, zendt de onderneming via elektronische weg een document aan de belastingadministratie, waarin alle in paragraaf 1, eerste lid, 2°, bedoelde informatie wordt samengevat. De Koning bepaalt de vorm waarin het document bij de bevoegde administratie wordt ingediend.
§ 3. Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde onderneming in het buitenland is gevestigd zonder vestiging in België, benoemt zij een in België gevestigde vertegenwoordiger die persoonlijk verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de onderneming. Hiertoe sluit de onderneming een schriftelijke overeenkomst met de persoon die haar voor België zal vertegenwoordigen. Een kopie van deze overeenkomst wordt via elektronische weg bezorgd aan de Federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
De Federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie houdt een lijst bij van vertegenwoordigers van de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen die in het buitenland zijn gevestigd zonder vestiging in België en maakt die bekend op haar webpagina.
§ 4. De in paragraaf 1, eerste lid, 2°, en paragraaf 2 bedoelde verplichtingen gelden niet voor de gegevens die bij toepassing van artikel 90, tweede lid, worden meegedeeld aan de verkrijger van de aldaar bedoelde inkomsten en aan de bevoegde fiscale administratie.
§ 5. De in paragraaf 1, eerste lid, 2°, en paragraaf 2 bedoelde documenten worden voor het eerst uiterlijk op 31 maart 2022 toegezonden aan de gebruiker van het platform en aan de belastingadministratie.
