Artikel 323, WIB 92

Art. 323 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 24 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)

[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]


De administratie mag eveneens van natuurlijke of rechtspersonen alsook van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, binnen de door haar bepaalde termijn, welke wegens wettige redenen kan worden verlengd, voor alle of een deel van hun verrichtingen of activiteiten de overlegging vorderen van inlichtingen slaande op elke persoon of groep van personen, zelfs niet met name aangeduid, met wie zij rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking zijn geweest uit hoofde van die verrichtingen of activiteiten.

Wanneer de in het eerste lid bedoelde persoon overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren, of wanneer hij zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet heeft kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, gebeurt de in het eerste lid bedoelde vordering van inlichtingen onder gesloten omslag.