Artikel 325, WIB 92
Art. 325 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 25 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)
[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]
De belastingplichtige wordt met een aangetekende zending, door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoeld beveiligd elektronisch platform, opgeroepen om het getuigenverhoor bij te wonen.
De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen over alle daden en feiten waarvan zij kennis hebben en waarvan de vaststelling nuttig kan zijn voor de toepassing der belastingwetten op de feiten waarover geschil is.
Alvorens te getuigen leggen zij de bij artikel 934 van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven eed af.
Het tegenbewijs is rechtens toegelaten.
Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, vindt de bedoelde oproeping plaats door aangetekende zending onder gesloten omslag.
