Artikel 326, WIB 92
Art. 326 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 26 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)
[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]
Van de verklaringen van de getuigen en, indien de belastingplichtige zulks verlangt, van zijn eigen verklaringen, wordt proces-verbaal opgemaakt.
Na lezing wordt het proces-verbaal door de getuigen en de belastingplichtigen ondertekend. Zij laten hun handtekening voorafgaan door de met de hand voorgeschreven woorden "Gelezen en goedgekeurd". Weigert een van de betrokkenen te ondertekenen, dan wordt hiervan melding gemaakt in het proces-verbaal, dat de reden van de weigering nader omschrijft.
Een afschrift van het proces-verbaal wordt door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtige verzonden binnen acht werkdagen na zijn dagtekening.
Wanneer de belastingplichtige echter overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het voormeld beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren, wordt een afschrift van het proces-verbaal binnen de acht werkdagen na zijn dagtekening aan de belastingplichtige verzonden onder gesloten omslag.
