Artikel 338, WIB 92
Art. 338 is van toepassing vanaf 07.06.2010 (art. 21, W 19.05.2010 - B.S. 28.05.2010; Numac: 2010003319 - err. B.S. 01.07.2010)
§ 1. Dit artikel regelt de wederzijdse bijstand tussen België en de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van de belastingen naar het inkomen en het vermogen.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a) "lidstaat": een lidstaat van de Europese Unie;
b) "Richtlijn": de Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies;
c) "belasting": de belasting naar het inkomen en het vermogen, zoals bepaald in artikel 1 van de Richtlijn;
d) "Belgische bevoegde autoriteit": de Minister van Financiën of de persoon of instantie die door de Minister van Financiën gemachtigd wordt tot het uitwisselen van inlichtingen met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat;
e) "bevoegde autoriteit van een andere lidstaat": de persoon of instantie vermeld in artikel 1, § 5, van de Richtlijn;
f) "de nodige inlichtingen": alle inlichtingen die van nut kunnen zijn voor de vaststelling van de belasting.
§ 3. De Belgische bevoegde autoriteit wisselt met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen uit.
§ 4. De Belgische bevoegde autoriteit kan met het oog hierop de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verzoeken haar de nodige inlichtingen te verstrekken met betrekking tot een bepaald geval voor zover de Belgische autoriteit eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
§ 5. Indien de Belgische bevoegde autoriteit door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat wordt aangezocht om haar de nodige inlichtingen te verstrekken voor een bepaald geval, is de Belgische bevoegde autoriteit gehouden aan dit verzoek gevolg te geven, behalve wanneer blijkt dat die andere lidstaat niet eerst de eigen gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van deze inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het risico te lopen het behalen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.
Om de inlichtingen te kunnen verstrekken, laat de Belgische bevoegde autoriteit zo nodig een onderzoek instellen.
Om de inlichtingen te verkrijgen, gaat de Belgische bevoegde autoriteit, of de Belgische administratieve instantie waarop zij een beroep doet, op dezelfde wijze te werk als wanneer zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische autoriteit een onderzoek instelt.
De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt de inlichtingen zo spoedig mogelijk. Als het verstrekken van deze inlichtingen op belemmeringen stuit of wordt geweigerd, deelt de Belgische bevoegde autoriteit dit onverwijld mede aan de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat, onder vermelding van de aard van de belemmeringen of de redenen van de weigering.
§ 6. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt regelmatig en zonder voorafgaand verzoek de nodige inlichtingen voor groepen van gevallen aan de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat.
De groepen van gevallen waarvoor de nodige inlichtingen op automatische wijze worden verstrekt, worden vastgesteld in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure.
§ 7. De Belgische bevoegde autoriteit deelt, zonder voorafgaand verzoek, de nodige inlichtingen waarvan zij kennis draagt, mede aan de bevoegde autoriteit van iedere andere belanghebbende lidstaat, in de volgende situaties:
a) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat in een andere lidstaat een abnormale vrijstelling of vermindering van belasting bestaat;
b) een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingheffing of verhoging van belasting in een andere lidstaat zou moeten meebrengen;
c) transacties tussen een Belgische belastingplichtige en een belastingplichtige van een andere lidstaat door tussenkomst van een vaste inrichting van die belastingplichtigen of door tussenkomst van één of meer derden, die zich in één of meer andere landen bevinden, zijn van die aard dat daardoor een belastingbesparing kan ontstaan in België, in de andere lidstaat of in beide lidstaten;
d) de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om te vermoeden dat belastingbesparing in een andere lidstaat ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winst binnen groepen van ondernemingen;
e) in België komen, in verband met inlichtingen die door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat zijn verstrekt, gegevens naar voren die voor de vaststelling van de belasting in deze andere lidstaat van nut kunnen zijn.
De Belgische bevoegde autoriteit kan, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, de in het eerste lid bedoelde uitwisseling van inlichtingen tot andere dan de daar omschreven situaties uitbreiden.
De Belgische bevoegde autoriteit kan in alle andere gevallen, zonder voorafgaand verzoek, aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten de nodige inlichtingen verstrekken waarvan zij kennis draagt.
§ 8. Wanneer de situatie van één of meer belastingplichtigen van gezamenlijk of complementair belang is voor de Belgische fiscale administratie en de fiscale administratie van één of meer andere lidstaten, kan de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van één of meer andere lidstaten overeenkomen elk op zijn eigen grondgebied gelijktijdige controles uit te voeren om de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, wanneer dergelijke controles doeltreffender worden geacht dan controles door slechts één lidstaat.
De Belgische bevoegde autoriteit stelt op onafhankelijke wijze vast welke belastingplichtigen zij aan een gelijktijdige controle wil onderwerpen. Zij stelt de bevoegde autoriteit van elke andere betrokken lidstaat op de hoogte van de dossiers die naar haar mening in aanmerking komen voor een gelijktijdige controle. Zij motiveert haar keuze zoveel mogelijk door de inlichtingen te verstrekken die tot deze keuze hebben geleid. Zij geeft aan binnen welke termijn dergelijke controles moeten worden uitgevoerd.
Wanneer aan de Belgische bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, neemt ze een besluit over deelname aan die controle. Ze bevestigt de bevoegde autoriteit van wie het verzoek uitgaat of ze de uitvoering van deze controle aanvaardt, dan wel met opgave van redenen afwijst.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit heeft aanvaard om deel te nemen aan een gelijktijdige controle wijst ze een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor de leiding en de coördinatie van die controle.
§ 9. Voor de toepassing van de voorgaande bepalingen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, in het kader van de in paragraaf 16 bedoelde overlegprocedure, overeenkomen dat ambtenaren van de belastingadministratie van de andere lidstaat op hun respectieve grondgebied aanwezig mogen zijn. De wijze waarop deze bepaling wordt toegepast, wordt in het kader van de bedoelde overlegprocedure vastgesteld.
§ 10. Alle inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, worden op dezelfde wijze geheim gehouden als de gegevens die hij verkrijgt uit hoofde van zijn wetgeving. Hoe dan ook worden deze inlichtingen:
- alleen aan die personen ter kennis gebracht die bij de vaststelling van de belasting of bij de administratieve controle in verband met de vaststelling van de belasting rechtstreeks betrokken zijn;
- alleen onthuld in gerechtelijke procedures of in procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting, en alleen aan die personen die rechtstreeks bij deze procedures betrokken zijn; deze inlichtingen mogen echter tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke uitspraken worden vermeld, indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt daar geen bezwaar tegen maakt op het moment dat zij de inlichtingen in eerste instantie verstrekt;
- in geen geval gebruikt voor andere doeleinden dan fiscale doeleinden of gerechtelijke procedures of procedures waarbij administratieve sancties worden toegepast, die zijn ingesteld met het oog op of in verband met de vaststelling van of de controle inzake de vaststelling van de belasting.
De ontvangen inlichtingen mogen ook worden gebruikt om andere heffingen, rechten en belastingen vast te stellen die vallen onder artikel 2 van de Richtlijn 76/309/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen.
§ 11. Indien de wetgeving of bestuurlijke praktijk van een lidstaat voor interne doeleinden verdergaande beperkingen bevatten dan die welke in paragraaf 10 zijn bedoeld en die lidstaat verzoekt de Belgische bevoegde autoriteit deze beperkingen met betrekking tot de geleverde informatie te respecteren, nemen de Belgische bevoegde autoriteiten deze verdergaande beperkingen in acht.
§ 12. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt het toelaat, mogen de ontvangen inlichtingen ook in België worden gebruikt binnen de omstandigheden en binnen de grenzen bepaald bij artikel 337.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van mening is dat de inlichtingen die zij van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, geeft zij de betrokken inlichtingen aan deze laatste door op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen heeft verstrekt hiermee instemt.
§ 13. De Belgische bevoegde autoriteit staat toe dat de inlichtingen in de lidstaat die ze ontvangt gebruikt worden onder de omstandigheden en binnen de grenzen gelijksoortig aan die welke zijn bepaald bij artikel 337.
Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat van mening is dat de inlichtingen die zij van de Belgische bevoegde autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat, staat de Belgische bevoegde autoriteit toe dat die inlichtingen worden doorgegeven aan die derde lidstaat.
§ 14. Dit artikel verplicht de Belgische bevoegde autoriteit niet tot het instellen van een onderzoek of het verstrekken van inlichtingen wanneer de Belgische wetgeving of bestuurlijke praktijk niet toestaat een zodanig onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen in te winnen.
Het verstrekken van inlichtingen kan geweigerd worden indien:
- dit zou leiden tot de onthulling van een bedrijfs-, nijverheids-, handels- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze of van gegevens waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;
- de verzoekende Staat op feitelijke of juridische gronden niet in staat is gelijksoortige inlichtingen te verstrekken.
§ 15. De Belgische bevoegde autoriteit stelt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, de geadresseerde in kennis van alle akten en beslissingen die zijn uitgevaardigd door de administratieve autoriteiten in de verzoekende lidstaat en die betrekking hebben op de toepassing van de wetgeving betreffende de belasting op zijn grondgebied.
In het verzoek tot kennisgeving worden de naam en het adres van de geadresseerde vermeld, evenals alle overige informatie op basis waarvan de geadresseerde gemakkelijker kan worden achterhaald, en de akte of de beslissing waarvan de geadresseerde op de hoogte moet worden gesteld.
De kennisgeving gebeurt overeenkomstig de Belgische juridische voorschriften die van toepassing zijn op de kennisgeving van gelijksoortige akten.
De Belgische bevoegde autoriteit brengt de verzoekende autoriteit van de andere lidstaat onverwijld op de hoogte van het gevolg dat aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en van de datum waarop de akte of de beslissing ter kennis is gebracht.
§ 16. Met het oog op de toepassing van de bepalingen van dit artikel neemt de Belgische bevoegde autoriteit, in voorkomend geval in een comité, deel aan overleg tussen:
- de Belgische bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één van beide lidstaten, wanneer het gaat om bilaterale kwesties;
- de Belgische bevoegde autoriteit, de bevoegde autoriteit van de andere lidstaten en de Europese Commissie, op verzoek van de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten of van de Europese Commissie, wanneer het niet om uitsluitend bilaterale kwesties gaat.
De Belgische bevoegde autoriteit treedt rechtstreeks in contact met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten. De Belgische bevoegde autoriteit kan, in onderling overleg met de bevoegde autoriteit van één of meerdere lidstaten, autoriteiten die zij aanwijzen, toestaan rechtstreeks met elkaar in contact te treden voor de behandeling van bepaalde gevallen of groepen van gevallen.
Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit met de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat een bilaterale regeling heeft getroffen inzake onderwerpen met betrekking tot de belasting, met uitzondering van de regeling van een bijzonder geval, stelt zij, samen met de bevoegde autoriteit van de andere Staat, de Europese Commissie daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
§ 17. De voorafgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de uitvoering van verdergaande verplichtingen tot uitwisseling van inlichtingen welke voortvloeien uit andere rechtsvoorschriften dan de Richtlijn.
