Artikel 338bis, WIB 92

Art. 338bis, § 2, eerste tot derde lid, is van toepassing op de interestbetalingen gedaan of bewerkstelligd vanaf 01.01.2010 (art. 1, tweede lid, KB 27.09.2009 - B.S. 01.10.2009; Numac: 2009003376)

[Zie ook: KB 27.09.2009 - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 338bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (B.S. 01.10.2009; Numac: 2009003375]

Art. 338bis, § 2, vierde lid, en § 3 en 4, is van toepassing vanaf 20.11.2008 (art. 13 en 15, § 1, W 17.5.2004 - B.S. 27.5.2004; Numac: 2004003213; inwerkingtreding: art. 1, KB 12.11.2008 - B.S. 20.11.2008)

Art. 338bis, § 1, is van toepassing vanaf 24.6.2005 (art. 13 en 15, § 1, W 17.05.2004 - B.S. 27.05.2004; Numac: 2004003213; gewijzigd door art. 3 en 4, W 20.06.2005 - B.S. 24.06.2005; Numac: 2005003555)

Art. 338bis, § 2, eerste tot derde lid, is van toepassing vanaf de vroegste van de volgende data (art. 15, § 2, W 17.05.2004 - B.S. 27.05.2004; Numac: 2004003213; gewijzigd door art. 4, W 20.06.2005 - B.S. 24.06.2005; Numac: 2005003555):

1° de datum die de Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vanaf dewelke de artikelen 3 tot 6, W 17.05.2004 worden opgeheven;

2° 1 januari van het eerste volledige belastbaar tijdperk volgend op wat het laatst in datum is:

- de datum van inwerkingtreding van een overeenkomst tussen de Europese Unie, bij een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad, en de Zwitserse Confederatie, het Prinsdom Liechtenstein, de Republiek San Marino, het Prinsdom Monaco en het Prinsdom Andorra, die voorziet in de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de op 18 april 2002 gepubliceerde modelovereenkomst van de OESO betreffende de uitwisseling van belastinggegevens met betrekking tot rentebetalingen als omschreven in de in artikel 2 van deze wet bedoelde Richtlijn die door een op hun respectieve grondgebieden gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door de genoemde Richtlijn wordt bestreken, naast de gelijktijdige heffing, door diezelfde landen, van bronbelasting op de genoemde rentebetalingen tegen het tarief dat is vastgesteld voor de overeenkomstige perioden als bedoeld in artikel 11, lid 1, van dezelfde Richtlijn;

- de datum waarop de Raad het er unaniem over eens is dat de Verenigde Staten van Amerika zich heeft verplicht tot de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de OESO-modelovereenkomst met betrekking tot de rentebetalingen als omschreven in de in artikel 2 van deze wet bedoelde Richtlijn die door een op zijn grondgebied gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door de genoemde Richtlijn wordt bestreken.

§ 1. Dit artikel regelt de uitwisseling van gegevens in het kader van de wet van 17 mei 2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing.

§ 2. Wanneer de uiteindelijk gerechtigde van interesten woonachtig is in een andere lid-Staat, verstrekt de uitbetalende instantie aan de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen de door de Koning vastgestelde gegevens.

De administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen wisselt de in het eerste lid bedoelde gegevens uit met de bevoegde autoriteit van de woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde.

De gegevensuitwisseling gebeurt automatisch en ten minste eenmaal per jaar, binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar, voor alle gedurende dat jaar verrichte betalingen van interesten. De Koning legt de modaliteiten van die uitwisseling vast.

Voor toepassing van dit artikel bepaalt de Koning:

- wat moet worden verstaan onder uiteindelijk gerechtigde, interesten en uitbetalende instantie;

- de modaliteiten volgens dewelke de identificatie en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgelegd.

§ 3. Gelijkaardige inlichtingen als bedoeld in § 2 die van de bevoegde autoriteit van andere lid-Staten worden verkregen, mogen door de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen worden gebruikt voor de juiste vaststelling van de inkomstenbelastingen.

§ 4. Artikel 318 is niet van toepassing op de uitwisseling van inlichtingen die wordt geregeld door de §§ 2 en 3.