Artikel 341, WIB 92

Art. 341 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 247, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)

Behoudens tegenbewijs mag de raming van de belastbare grondslag, zowel voor rechtspersonen als voor natuurlijke personen, worden gedaan volgens tekenen en indiciën waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven inkomsten.

Wanneer het tegenbewijs van de belastingplichtige betrekking heeft op verkopen van roerende waarden of andere financiële instrumenten die hij zich als belegging heeft aangeschaft, hebben de ingeroepen aankoop- of verkoopborderellen of -documenten tegenover de Administratie der directe belastingen slechts bewijskracht indien ze de vermelding 'op naam' dragen en zijn opgesteld ten name van de belastingplichtige of van de personen van wie hij de rechthebbende is.