Artikel 346, WIB 92
Art. 346 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 32 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)
[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]
Indien ze meent de inkomsten en andere gegevens te moeten wijzigen welke de belastingplichtige heeft vermeld in een aangifte die voldoet aan de vorm- en termijnvereisten van de artikelen 307 tot 311 of van ter uitvoering van artikel 312 genomen bepalingen, dan wel schriftelijk heeft erkend, stelt de administratie hem met een aangetekende zending door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, in kennis van de inkomsten en andere gegevens die zij voornemens is in de plaats te stellen van die welke zijn aangegeven of schriftelijk erkend, en vermeldt zij de redenen die naar haar oordeel de wijziging rechtvaardigen. Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren of wanneer de identificatie van de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 3, bij dit beveiligd platform, niet mogelijk is, gebeurt voormelde kennisgeving met een aangetekende zending onder gesloten omslag.
Wanneer de administratie gebruik maakt van het bewijsmiddel bedoeld in artikel 342, § 1, eerste lid, deelt zij op dezelfde wijze het bedrag mede van de winst of baten van drie soortgelijke belastingplichtigen, alsmede de gegevens die nodig zijn voor het verhoudingsgewijs bepalen van de winst of baten van de betrokken belastingplichtige.
Binnen de termijn van een maand te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop het bericht door middel van het in eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtige is ter beschikking gesteld, welke termijn wegens wettige redenen kan worden verlengd, kan de belastingplichtige, eveneens via het voormeld elektronisch platform schriftelijk zijn opmerkingen inbrengen. De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren of de belastingplichtige die zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet heeft kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, brengen hun opmerkingen in onder gesloten omslag. De aanslag mag niet worden gevestigd voor die, eventueel verlengde, termijn verstreken is, behoudens indien de belastingplichtige met de wijziging van zijn aangifte schriftelijk instemt of indien de rechten van de Schatkist in gevaar verkeren wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijn.
Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in het eerste lid bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform niet mogelijk is, vangt de in het derde lid bedoelde termijn aan vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het bericht.
De vorige leden zijn eveneens van toepassing op de inkomsten en andere gegevens die zijn vermeld in een in artikel 306 bedoeld voorstel van vereenvoudigde aangifte, wanneer hetzij dat voorstel van vereenvoudigde aangifte, aangevuld met de gegevens die de belastingplichtige binnen de in artikel 306, § 3, vermelde termijn heeft ter kennis gebracht, onjuist of onvolledig is, hetzij de administratie niet akkoord gaat met de haar binnen de termijn van artikel 306, § 3, ter kennis gebrachte opmerkingen van de belastingplichtige.
Ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, stelt de administratie de belastingplichtige met een aangetekende zending door middel van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig het derde lid van dit artikel, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen.
Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform niet mogelijk is, stelt de administratie ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, de belastingplichtige per aangetekende zending onder gesloten omslag in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig het derde lid van dit artikel, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen.
