Artikel 371, WIB 92

Art. 371 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 36 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)

[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]


De bezwaarschriften moeten worden gemotiveerd en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van een jaar te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum van terbeschikkingstelling van het aanslagbiljet door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform of te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier die eveneens ter beschikking gesteld wordt door middel van het voormeld platform.

Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken, en hij er niet voor gekozen heeft om te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg, of wanneer de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet mogelijk is, vangt de in het eerste lid bedoelde termijn aan vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, of vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier.

Indien het bezwaarschrift wordt ingediend bij aangetekende zending, geldt als datum van indiening de datum van het ontvangstbewijs ingeval het werd ingediend door middel van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, of de datum van het verzendingsbewijs indien het werd verzonden door middel van de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten.