Artikel 373, WIB 92

Art. 373, tweede lid, is van toepassing op de aanslagbiljetten die betrekking hebben op aanslagjaar 2013 en volgende (art. 32 en 36, 1ste lid, W 17.06.2013 - B.S. 28.06.2013; Numac: 2013003202; err. B.S. 05.07.2013 - err. B.S. 05.08.2013 - err. B.S. 17.09.2013 - err. B.S. 27.11.2013)


Wanneer een aanvullende aanslag voor een bepaald aanslagjaar gevestigd wordt krachtens artikel 353 of 354 en de nieuwe aanslag ten name van dezelfde belastingschuldige voor één of meer aanslagjaren een correlatieve overbelasting doet ontstaan, kan de belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van het aanslagbiljet dat de aanvullende aanslag omvat, een bezwaarschrift tegen bedoelde overbelasting indienen.

In het in artikel 302, tweede lid, bedoelde geval vangt de termijn aan vanaf de datum waarop het aanslagbiljet dat de aanvullende aanslag omvat, door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, aan de belastingplichtige werd aangeboden.