Artikel 37, WIB 92

Art. 37, derde lid, is van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2013 (art. 78 en 96, 2de lid, progW 27.12.2012 - B.S. 31.12.2012; Numac: 2012021152)


Onverminderd de toepassing van de voorheffingen, worden inkomsten van onroerende goederen en van roerende goederen en kapitalen als beroepsinkomsten aangemerkt wanneer die goederen en kapitalen worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijger van de inkomsten.

In afwijking daarvan behouden de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, hun hoedanigheid van roerende inkomsten, behalve indien en in zover zij hoger liggen dan 37.500 euro (basisbedrag).

De netto-inkomsten van die roerende goederen en kapitalen omvatten de werkelijke of fictieve roerende voorheffing, alsmede het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en, in voorkomend geval, de woonstaatheffing (...).