Artikel 403, WIB 92
Art. 403 is van toepassing vanaf 01.01.1999 (art. 7 en 13, 1ste lid, KB 26.12.1998 - B.S. 31.12.1998; Numac: 1998022867)
[Evenwel treedt de bepaling van art. 403, § 2, WIB 92, zoals zij door art. 7 van dit besluit wordt vervangen, voor zover de werken niet onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf vallen, slechts in werking op de door de Koning te bepalen datum; tot die datum blijven de huidige bepalingen van art. 402 WIB 92 van kracht (art. 13, 2de lid)]
§ 1. De opdrachtgever die voor de in artikel 400, 1°, vermelde werken, aan een aannemer die op het ogenblik van de betaling niet is geregistreerd, een deel of het geheel van de prijs betaalt, is verplicht bij die betaling 15 % van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te storten bij de door de Koning aan te wijzen ambtenaar volgens de door Hem te bepalen modaliteiten.
§ 2. De aannemer die voor de in artikel 400, 1°, vermelde werken, aan een onderaannemer een deel of het geheel van de prijs betaalt, is verplicht bij die betaling 15 % van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te storten bij de door de Koning aan te wijzen ambtenaar volgens de door Hem te bepalen modaliteiten.
De aannemer is evenwel, bij de door de Koning bepaalde voorwaarden en modaliteiten, vrijgesteld van de verplichting tot inhouding en storting als vermeld in het eerste lid, indien de onderaannemer op het ogenblik van de betaling als aannemer is geregistreerd.
§ 3. In voorkomend geval worden de bedragen die ter uitvoering van dit artikel zijn gestort, in mindering gebracht van het bedrag waarvoor de opdrachtgever of de aannemer, bij toepassing van artikel 402 aansprakelijk wordt gesteld.
