Artikel 404, WIB 92

Art. 404 is van toepassing vanaf 01.01.1999 (art. 8, KB 26.12.1998 - B.S. 31.12.1998; Numac: 1998022867)

§ 1. Als de in artikel 403, § 1, bedoelde storting niet werd verricht, wordt het verschuldigde bedrag verdubbeld en binnen de in artikel 354 bedoelde termijn als administratieve boete ten name van de opdrachtgever ingekohierd.

Als de in artikel 403, § 2, bedoelde storting niet werd verricht en de onderaannemer niet geregistreerd was op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, wordt het verschuldigde bedrag verdubbeld en binnen de in artikel 354 bedoelde termijn als administratieve boete ten name van de aannemer ingekohierd.

De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden de boete kan worden verminderd.

§ 2. Als de in artikel 403, § 2, bedoelde storting niet werd verricht en de onderaannemer op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst was geregistreerd, is de aannemer hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschulden van de onderaannemer binnen de grenzen en voor de schulden vermeld in artikel 402, § 5.

De in het eerste lid, vermelde hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ook voor de belastingschulden van de vennoten van een tijdelijke vereniging of een vereniging in deelneming die optreedt als onderaannemer.