Artikel 407, WIB 92

Art. 407 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 299ter, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)

Wanneer de storting, bedoeld in artikel 406, niet of niet volledig werd gedaan voor alle betalingen aan de onderaannemer voor een bepaalde werf, zijn de hoofdaannemer evenals de onderaannemer en alle volgende onderaannemers hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling in hoofdsom, verhogingen, kosten en interesten van:

1° alle bestaande belastingschulden;

2° alle bestaande schulden inzake voorheffingen;

3° de lopende bedrijfsvoorheffing verschuldigd op de lonen uitbetaald voor de uitvoering van bedoelde werken;

4° de inkomstenbelastingen met betrekking tot de jaren tijdens welke bedoelde werken werden uitgevoerd, ongeacht de datum van vestiging van deze belasting, die de onderaannemer of iedere volgende onderaannemer, op wie een beroep werd gedaan, verschuldigd is.

Deze hoofdelijke aansprakelijkheid is ten opzichte van elke onderaannemer beperkt tot een som gelijk aan 50 % van het totaal bedrag van de werken, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die voor een bepaalde werf werden uitbesteed. De stortingen bedoeld in artikel 406 worden in voorkomend geval in mindering gebracht van het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid geldt.

De vennoten van de tijdelijke verenigingen of de verenigingen in deelneming zijn, voor de toepassing van dit artikel, hoofdelijk aansprakelijk voor de fiscale verplichtingen van onderaannemers waarmee zij gezamenlijk hebben gecontracteerd.

De Koning kan de toepassing van de artikelen 406 en 407 beperken tot de werven waarvan het totaal bedrag der werken hoger is dan een door Hem te bepalen bedrag.