Artikel 410, WIB 92
Art. 410, derde lid, is van toepassing vanaf 16.05.2016 (art. 16, W 27.04.2016 - B.S. 06.05.2016; Numac: 2016003144)
Evenwel wordt in geval van bezwaar, van een in artikel 376 bedoelde aanvraag om ontheffing of van een vordering in rechte, de betwiste aanslag in hoofdsom, opcentiemen en verhogingen, vermeerderd met de daarop betrekking hebbende interesten, beschouwd als zekere en vaststaande schuld en kan, evenals de kosten van alle aard, door middelen van tenuitvoerlegging worden ingevorderd, in de mate dat zij overeenstemt met het bedrag van de aangegeven inkomsten of, wanneer zij ambtshalve werd gevestigd bij niet-aangifte, voor zover zij niet meer bedraagt dan de laatste aanslag welke, voor een vorig aanslagjaar, definitief gevestigd werd ten laste van de belastingschuldige.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de inkomsten waaraan de belastingschuldige tijdens de procedure van vestiging van de belasting zijn goedkeuring heeft gehecht, gelijkgesteld met de aangegeven inkomsten.
In bijzondere gevallen kan de adviseur-generaal van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen de invordering doen uitstellen, in zover en onder de voorwaarden door hem te bepalen.
