Artikel 412, WIB 92
Art. 412, tweede lid, is van toepassing vanaf 02.04.2015 (art. 13 en 15, W 24.03.2015 - B.S. 02.04.2015; Numac: 2015003117)
[Covid-19. Inwerkingtreding: 01.03.2020
In afwijking van artikel 412, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 24 maart 2015, wordt de betalingstermijn van de bedrijfsvoorheffing verbonden aan de maanden februari, maart en april 2020 verlengd tot respectievelijk 13 mei, 15 juni en 15 juli 2020.
In afwijking van artikel 412, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 juli 1992, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en gewijzigd bij de wet van 19 december 2014, wordt de betalingstermijn van de bedrijfsvoorheffing verbonden aan het eerste trimester van 2020 verlengd tot 15 juni 2020.
(art. 3 en 16, Bijzondere-machtenbesluit nr. 7, 19.04.2020 - B.S. 24.04.2020; Numac: 2020030729)]
De roerende voorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na de toekenning of de betaalbaarstelling van de belastbare inkomsten.
De bedrijfsvoorheffing is betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de maand waarin de inkomsten werden betaald of toegekend of waarin de bedrijfsvoorheffing wordt aangemerkt als verschuldigde bedrijfsvoorheffing zoals bedoeld in de artikelen 275^8, § 1, vijfde lid en 275^9, § 1, vijfde lid.
In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betaalbaar binnen 15 dagen na het verstrijken van iedere trimester waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend, wanneer de bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van het vorige jaar minder dan 25.000 euro (basisbedrag) bedroeg; dat bedrag wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast, overeenkomstig artikel 178, § 3, eerste lid, 2°.
In afwijking van het tweede lid is de bedrijfsvoorheffing betreffende de inkomsten die zijn betaald of toegekend gedurende de eerste 15 dagen van december, uiterlijk op 24 december betaalbaar wanneer de schuldenaar van die inkomsten voor het vorige jaar meer dan 2.500.000 euro bedrijfsvoorheffing verschuldigd was.
In het in het derde lid vermelde geval is uiterlijk op 15 december een voorschot op de bedrijfsvoorheffing van het vierde trimester betaalbaar; dat voorschot is gelijk aan de werkelijk verschuldigde bedrijfsvoorheffing voor de maanden oktober en november van het lopende jaar.
Gedwongen tenuitvoerlegging met betrekking tot de voorheffingen vermeld in het eerste tot vijfde lid moet evenwel worden voorafgegaan door opneming ervan in kohieren overeenkomstig artikel 304.
