Artikel 415, WIB 92
Art. 415 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 306, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
In afwijking van artikel 414 is nalatigheidsinterest verschuldigd vanaf 1 juli van het tweede jaar van het aanslagjaar op alle sommen, andere dan de onroerende, roerende en bedrijfsvoorheffingen opgenomen in kohieren die uitvoerbaar werden verklaard na 30 juni van hetzelfde jaar, behalve wanneer het gaat om:
1° belastingen gevestigd na deze uiterste datum binnen de termijn van zes maanden bepaald bij artikel 353;
2° belastingen begrepen in nieuwe of subsidiaire aanslagen, gevestigd bij toepassing van de artikelen 355 of 356 in vervanging van aanslagen die waren opgenomen in een kohier uitvoerbaar verklaard uiterlijk op 30 juni van het tweede jaar van het aanslagjaar, waarvoor de belasting is verschuldigd;
3° aanslagen zonder belastingverhoging of met een belastingverhoging waarvan het toe te passen percentage overeenkomstig de in uitvoering van artikel 444, eerste lid, vastgestelde schaal, minder dan vijftig bedraagt;
4° belastingen gevestigd na het verstrijken van de twaalfde maand:
- na de datum van afsluiting van het boekjaar, ten laste van vennootschappen die hun boekhouding afsluiten na 30 juni van het aanslagjaar;
- na de laatste dag van het tijdperk waarop de resultaten betrekking hebben, ten laste van ontbonden vennootschappen, wanneer bedoelde laatste dag na 30 juni van het aanslagjaar valt.
Evenwel, in de gevallen als bedoeld in het eerste lid, 4°, is nalatigheidsinterest verschuldigd met ingang van de dertiende maand volgend op de datum van afsluiting van het boekjaar of, voor de ontbonden vennootschappen, met ingang van de dertiende maand volgend op de laatste dag van het tijdperk waarop de resultaten betrekking hebben.
