Artikel 421bis, WIB 92

Art. 421bis, § 1, 2°, van toepassing vanaf 03.02.2011 (art. 5, KB 19.12.2010 - B.S. 24.01.2011; Numac: 2011009022)

[op de procedures van gerechtelijk akkoord die lopen op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet 31.01.2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, blijft de Wet 17.04.1997 op het gerechtelijk akkoord gelden en moet art. 421bis, § 1, 2° WIB92 nog steeds als volgt worden gelezen: 2° hetzij wanneer er sprake is van een herhaaldelijke niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing in de zin van artikel 442quater, § 2, tweede lid, tenzij die niet-betaling het gevolg is van financiële moeilijkheden van de schuldenaars van de belastingplichtige die aanleiding hebben gegeven tot het openen van de procedure van gerechtelijk akkoord, van faillissement of van gerechtelijke ontbinding]

§ 1. De gewestelijke directeur van de directe belastingen kan, bij gemotiveerde beslissing, voor een bepaalde periode de sluiting bevelen van de vestigingen waar de belastingplichtige zijn economische activiteit uitoefent:

1° hetzij wanneer de waarborgen bedoeld in artikel 421 niet zijn gesteld;

2° hetzij wanneer er sprake is van een herhaaldelijke niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing in de zin van artikel 442quater, § 2, tweede lid, tenzij die niet-betaling het gevolg is van financiële moeilijkheden van de schuldenaars van de belastingplichtige die aanleiding hebben gegeven tot het openen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, van faillissement of van gerechtelijke ontbinding.

Onder 'vestigingen' wordt, wat deze paragraaf betreft, inzonderheid verstaan: de lokalen waar een economische activiteit wordt uitgeoefend, de burelen, de fabrieken, de werkplaatsen, de opslagplaatsen, de bergplaatsen, de garages en de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen.

§ 2. De beslissing van de gewestelijke directeur wordt ter kennis gebracht door een gerechtsdeurwaarder.

De beslissing is uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving, tenzij de belastingplichtige een beroep instelt bij de bevoegde rechtbank alvorens die termijn is verstreken.