Artikel 443ter, WIB 92
Art. 443ter, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 op de beroepsverliezen die toe te schrijven zijn aan schade aan landbouwteelten, veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden die hebben plaatsgevonden vanaf 01.01.2018 (art. 106 en 108, W 11.02.2019 - B.S. 22.03.2019; Numac: 2019040488)
§ 1. Elk rechtsgeding met betrekking tot de vestiging, de inning of de invordering van de belastingen en voorheffingen dat wordt ingesteld door de Belgische Staat, door de schuldenaar van deze belastingen of voorheffingen of door ieder ander persoon die gehouden is tot de betaling van de schuld op grond van dit Wetboek, van de besluiten genomen ter uitvoering ervan of van het gemeen recht, schorst de verjaring.
Het bezwaar en de in de artikelen 375/1 en 376 bedoelde aanvraag tot ontheffing schorsen eveneens de verjaring.
§ 2. De schorsing vangt aan met de inleidende vordering en eindigt wanneer de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
Evenwel in geval van bezwaarschrift of aanvraag tot ontheffing bedoeld in de artikelen 375/1 en 376, vangt de schorsing aan met het verzoek waarbij het administratief beroep wordt ingeleid.
Zij eindigt:
- wanneer de belastingplichtige een rechtsvordering heeft ingesteld, op de dag dat de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan;
- in de andere gevallen, na verloop van de termijn die voor de belastingplichtige openstaat om een beroep in te stellen tegen de administratieve beslissing.
§ 3. Elke daad van onderzoek of van vervolging als bedoeld in artikel 22 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van strafvordering betreffende de misdrijven bedoeld in de artikelen 449 tot 452 schorst de verjaring van de belastingen en de voorheffingen die erop betrekking hebben.
De schorsing vangt aan met het op gang brengen van de strafvordering, en eindigt met het staken van de strafrechtelijke vervolging, het verval van de strafvordering of wanneer het vonnis of arrest in kracht van gewijsde is gegaan voor de misdrijven bedoeld in het eerste lid.
