Artikel 447, WIB 92
Art. 447 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 44 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)
[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]
Het in artikel 446 bedoelde besluit mag slechts worden uitgevaardigd nadat de betrokken lasthebber door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform is uitgenodigd om binnen twintig werkdagen te verschijnen, ten einde te worden gehoord door een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, met een hogere titel dan degene die de feiten geconstateerd heeft, doch op zijn minst met de titel van adviseur.
De lasthebber mag zich door een raadsman laten bijstaan.
Proces-verbaal van dit verhoor wordt opgemaakt. Na voorlezing wordt het proces-verbaal door de ambtenaar en de betrokken lasthebber ondertekend. Zij laten hun handtekening voorafgaan door de met de hand geschreven woorden "Gelezen en goedgekeurd". Weigert de betrokkene te ondertekenen, dan wordt hiervan melding gemaakt in het proces-verbaal, dat de reden van de weigering nader omschrijft.
Een eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal wordt binnen acht werkdagen na zijn dagtekening door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de lasthebber ter kennis gegeven.
