Artikel 470/1, WIB 92
Art. 470bis is van toepassing op de toekenningen die gebeuren vanaf 01.02.1999 (art. 52, W 22.12.1998 - B.S. 15.01.1999; Numac: 1998003665)
De Administratie van de directe belastingen kent aan de provincies, de gemeenten en agglomeraties van gemeenten de voor hun rekening verwezenlijkte ontvangsten voor orde toe, verminderd met de ontheffingen die voor hun rekening worden uitbetaald tijdens de maand van de inning van die ontvangsten.
Wanneer de ontheffingen die in de loop van een maand zijn betaald ten laste van een provincie, gemeente of agglomeratie van gemeenten, meer bedragen dan de ontvangsten die door de administratie van de directe belastingen gedurende diezelfde maand voor rekening van die overheid werden geïnd, vormt dat excedent voor genoemde administratie een in hoofde van de provincie, gemeente of agglomeratie van gemeenten terugvorderbare schuldvordering.
De voormelde schuldvordering wordt ingevorderd door ambtshalve inhouding op de toekenning van de ontvangsten van de maand die volgt op die van de verrekening van de ontheffingen; dat uitstel van één maand wordt door de administratie van de thesaurie gefinancierd.
Alvorens over te gaan tot de voormelde ambtshalve inhouding, geeft de administratie van de directe belastingen kennis van het bedrag van haar schuldvordering aan de provincie, de gemeente of de agglomeratie van gemeenten.
Indien het bedrag van de ontvangsten toegekend gedurende de maand die volgt op die van de verrekening van de ontheffing ontoereikend is om het bedrag van de schuldvordering dat overblijft na toepassing van het derde lid te vrijwaren, wordt dat laatste bedrag aangezuiverd door een ambtshalve debitering van de financiële rekening die de provincie, de gemeente of de agglomeratie van gemeenten heeft aangeduid voor de storting van de voor haar rekening geïnde ontvangsten.
De administratie van de directe belastingen geeft vooraf kennis aan de provincie, de gemeente of de agglomeratie van gemeenten, als mede aan de kredietinstelling van het bedrag van de schuldvordering dat moet worden aangezuiverd.
De Koning stelt de nadere regels vast die nodig zijn voor de toepassing van dit artikel.
