Artikel 473, WIB 92
Art. 473 treedt in werking op 01.01.2021 (art. 10 en 16, 1ste lid, W 17.02.2021 - B.S. 25.02.2021; Numac: 2021040566)
[Wanneer de in artikel 473, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde feiten betrekking hebben op een onroerend goed dat in het buitenland is gelegen, wordt de in het tweede lid van de voormelde paragraaf vermelde termijn van 30 dagen verlengd tot de dertigste dag na de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer een zakelijk recht op een in het buitenland gelegen onroerend goed wordt verkregen of vervreemd na 31 december 2020 en vóór de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, wordt de in artikel 473, § 2, eerste lid, van het voormelde Wetboek vermelde termijn van 4 maanden voor de aangifte van die verkrijging of vervreemding verlengd tot het einde van de vierde kalendermaand die volgt op de kalendermaand waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Wanneer de eerste dag van het in artikel 473, § 2, derde lid, van het voormelde Wetboek vermelde belastbare tijdperk gelegen is in de periode van 1 januari 2021 tot en met de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, wordt de in datzelfde lid vermelde termijn van 30 dagen verlengd tot de dertigste dag na de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad (art. 15, W 17.02.2021 - B.S. 25.02.2021; Numac: 2021040566)]
§ 1. De eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van een in België gelegen goed, de in artikel 471, § 1, eerste lid, 2°, a, bedoelde houder van een zakelijk recht op een in het buitenland gelegen goed en de in artikel 471, § 1, eerste lid, 2°, b, bedoelde oprichter van een juridische constructie, in deze titel belastingplichtige genoemd, is ertoe gehouden, uit eigen beweging, bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie aan te geven:
- de ingebruikneming of de verhuring, indien deze de ingebruikneming voorafgaat, van de nieuw opgerichte of herbouwde onroerende goederen;
- de voltooiing van de werken aan de gewijzigde gebouwde onroerende goederen;
- de verandering in de wijze van exploitatie, de omvorming of de verbetering van ongebouwde onroerende goederen;
- de ingebruikstelling van nieuw of toegevoegd materieel of outillage, alsook de wijziging of de definitieve buitengebruikstelling van materieel of outillage.
De aangifte moet ingediend worden binnen dertig dagen volgend op de gebeurtenis.
§ 2. De belastingplichtige die een zakelijk recht op een onroerend goed dat gelegen is in het buitenland, zoals omschreven in artikel 472, § 3, verwerft of vervreemdt, is ertoe gehouden dit uit eigen beweging binnen de 4 maanden vanaf de verwerving of de vervreemding aan te geven bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
De belastingplichtige die op 31 december 2020 houder is van een zakelijk recht op een onroerend goed dat gelegen is in het buitenland, zoals omschreven in artikel 472, § 3, is ertoe gehouden dit uit eigen beweging uiterlijk op 31 december 2021 aan te geven bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
De belastingplichtige die onderworpen was aan de belasting van niet-inwoners en onderworpen wordt aan de personenbelasting of rechtspersonenbelasting en op de eerste dag van het eerste belastbare tijdperk dat hij onderworpen is aan de personenbelasting of rechtspersonenbelasting houder is van een zakelijk recht op een onroerend goed dat gelegen is in het buitenland, zoals omschreven in artikel 472, § 3, is ertoe gehouden dit uit eigen beweging aan te geven bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie binnen dertig dagen volgend op de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin hij onderworpen wordt aan de personenbelasting of rechtspersonenbelasting. Dit geldt eveneens voor de rechtspersoon die onderworpen was aan de vennootschapsbelasting en onderworpen wordt aan de rechtspersonenbelasting.
Deze paragraaf is niet van toepassing wanneer het een nieuw opgericht of herbouwd onroerend goed betreft dat nog niet in gebruik werd genomen of verhuurd werd op het in het eerste tot derde lid vermelde tijdstip of wanneer het nieuw of toegevoegd materieel of outillage betreft dat op het voormelde tijdstip nog niet in gebruik werd genomen.
