Artikel 499, WIB 92

Art. 499 treedt in werking op 01.01.2025 (art. 46 en 219, 1ste lid, W 26.01.2021 - B.S. 10.02.2021; Numac: 2021040269)

[De wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 maart 2023, wordt opgeheven (art. 213, W 12.05.2024 - B.S. 30.05.2024; Numac: 2024003880)]


Op straffe van verval moet het bezwaar:

1° behoudens in geval van overmacht, ingediend worden binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van de betekening van het kadastraal inkomen;

2° met een aangetekende zending door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform gericht zijn aan de leidende ambtenaar van de dienst belast met de behandeling van de bezwaren tegen de kadastrale inkomens;

3° het inkomen vermelden dat de bezwaarindiener stelt tegenover datgene dat aan zijn onroerend goed is toegekend.

Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid bedoelde beveiligd elektronisch platform, die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren of wanneer deze zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd elektronisch platform, op straffe van verval, moet het bezwaar aan dezelfde voorwaarden beantwoorden als deze voorzien in het eerste lid maar moet verzonden worden bij een aangetekende zending onder gesloten omslag.