Artikel 505, WIB 92
Art. 505 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 430, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. De belastbare meerwaarden waaromtrent de belastingplichtige het bewijs verstrekt dat zij teweeggebracht werden door de uit de muntwet van 30 maart 1935 voortvloeiende devaluatie, worden vrijgesteld binnen onderstaande grenzen en onder de volgende voorwaarden:
1° vrijgesteld worden slechts de meerwaarden verbonden aan voorraden en stocks van alle aard en aan activa als bedoeld in artikel 27, § 1, tweede lid, van de wetten betreffende de inkomstenbelastingen, gecoordineerd op 15 januari 1948, zoals dit bestond voor het werd opgeheven bij de wet van 20 november 1962 houdende hervorming van de inkomstenbelastingen, na aftrek van de vermeerdering van passief die voortvloeit uit de verhoging in frank van in buitenlandse munten luidende schulden;
2° de vrijstelling, die in geen geval hoger mag gaan dan het in vorig 1° bepaalde verschil, wordt toegestaan naar rato van 20 % van het gemiddelde bedrag der sommen waarvoor de activa die overeenstemmen met die welke een waardevermeerdering hebben ondergaan, werden gerekend in de balansen of inventarissen opgemaakt voor de laatste twee jaren of boekjaren waarvan de afsluiting onmiddellijk de 30e maart 1935 voorafgaat, zoals deze bescheiden door de administratie der directe belastingen werden aangenomen; het vrijstellingspercentage wordt echter op 30 % gebracht voor activa als bedoeld in hetzelfde artikel 27, § 1, tweede lid, en voor de voorraden aan edelgesteenten en metalen die, met het oog op industriele verwerking, voorhanden worden gehouden.
§ 2. De beperkende bepalingen van artikel 190 zijn van toepassing op de krachtens § 1 vrijgestelde meerwaarden.
