Artikel 516, WIB 92
Art. 516 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2006 (art. 409, progW 27.12.2004 - B.S. 31.12.2004; Numac: 2004021170 - err. B.S. 18.01.2005)
§ 1. In afwijking van artikel 145^6, tweede lid, wordt de belastingvermindering op de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen die vanaf 1 januari 1963 tot 31 december 1992 zijn aangegaan slechts verleend op voorwaarde dat:
1° met betrekking tot contracten aangegaan tot 31 december 1988:
a) de lening is aangegaan om een sociale woning, een kleine landeigendom of een woning die krachtens de Huisvestingscode ermede gelijkgesteld is, te bouwen, te verwerven of te verbouwen;
b) de lening is aangegaan om een woning die krachtens de Huisvestingscode als middelgroot wordt beschouwd, te bouwen, te verwerven of te verbouwen; in dit geval wordt de lening slechts in aanmerking genomen tot een aanvangsbedrag van 9.915,74 euro.
Met betrekking tot contracten die vanaf 1 mei 1986 tot 31 december 1988 zijn aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen of in nieuwe staat te verwerven, wordt het aanvangsbedrag van 9.915,74 euro op 49.578,70 euro gebracht.
Een woning wordt geacht in nieuwe staat te zijn verworven wanneer zij door de verkoper met toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde is overgedragen aan de belastingplichtige;
2° met betrekking tot contracten aangegaan tussen 1 januari 1989 en 31 december 1992, de lening is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen; de betalingen komen slechts in aanmerking in zoverre zij betrekking hebben op de eerste schijf van 49.578,70 euro van het aanvangsbedrag van de lening.
§ 2. In afwijking van de artikelen 145^17, 2° en 145^19, tweede lid, zoals die bestonden voordat zij door artikel 400 van de programmawet van 27 december 2004 werden opgeheven, wordt de verhoogde belastingvermindering op de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen die vanaf 1 januari 1963 tot 31 december 1988 zijn aangegaan slechts verleend onder dezelfde voorwaarden als die vermeld in § 1, 1°, mits voor de betreffende woning of kleine landeigendom de woningaftrek ingevolge artikel 16, zoals dat bestond voordat het door artikel 389 van de programmawet van 27 december 2004 werd opgeheven, kan worden toegestaan.
Met betrekking tot contracten aangegaan tussen 1 januari 1989 en 31 december 1992 komen de betalingen voor de verhoogde belastingvermindering in aanmerking in zoverre zij betrekking hebben op de eerste schijf van 49.578,70 euro, 52.057,64 euro, 54.536,58 euro, 59.494,45 euro en 64.452,32 euro van het aanvangsbedrag van de lening, naargelang de belastingplichtige geen, één, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft en mits voor de betreffende woning de woningaftrek ingevolge artikel 16, zoals dat bestond voordat het door artikel 389 van de programmawet van 27 december 2004 werd opgeheven, kan worden toegestaan. Het aantal kinderen ten laste wordt geteld op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.
§ 3. In afwijking van de artikelen 145^17, 1°, en 145^19, tweede lid, zoals die bestonden voordat zij door artikel 400 van de programmawet van 27 december 2004 werden opgeheven, wordt de verhoogde belastingvermindering op de bijdragen als vermeld in artikel 145^1, 2°, voor het vestigen van een kapitaal bij leven of bij overlijden dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening slechts verleend op voorwaarde dat de vanaf 1 januari 1963 tot 31 december 1992 afgesloten lening is aangegaan om een in België gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen waarvoor een woningaftrek ingevolge artikel 16, zoals dat bestond voordat het door artikel 389 van de programmawet van 27 december 2004 werd opgeheven, kan worden toegestaan.
Wanneer de lening is aangegaan vanaf 1 januari 1963 tot 31 december 1988 komt de lening slechts in aanmerking tot een aanvangsbedrag van 49.578,70 euro.
Met betrekking tot leningen die vanaf 1 januari 1989 tot 31 december 1992 zijn aangegaan wordt het in het tweede lid vermelde aanvangsbedrag van 49.578,70 euro in voorkomend geval verhoogd zoals vermeld in § 2, tweede lid.
§ 4. Ingeval de toepassing van de artikelen 86, eerste lid, 87 en 88, tot gevolg heeft dat, met betrekking tot een contract dat vóór 1 januari 1989 op naam van één van de echtgenoten is gesloten, de bijdragen en betalingen die zijn vermeld in de artikelen 145^1, 2° en 3°, en 145^17, 1° en 2°, zoals ze bestonden voordat ze door de artikelen 397 en 400 van de programmawet van 27 december 2004 werden gewijzigd of opgeheven, niet tot het bedrag bepaald ingevolge artikel 145^6, eerste lid, ten name van die echtgenoot aanleiding kan geven tot een belastingvermindering of een verhoogde belastingvermindering mag het verschil, zonder splitsing van het contract tot het bedrag bepaald in artikel 145^6, eerste lid, aanleiding geven tot een bijkomende vermindering ten gunste van de andere echtgenoot.
§ 5. De bedragen vermeld in § 1, 2° en § 3, derde lid, worden overeenkomstig artikel 178 aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast.
