Artikel 526, WIB 92

Art. 526 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2006 (art. 181, W 27.12.2005 - B.S. 30.12.2005; Numac: 2005021183 - err. B.S. 31.01.2006)


§ 1. Deze paragraaf is van toepassing wanneer leningen die zijn gesloten om de eigen woning te verwerven of te behouden, zijn aangegaan:

a) voor 1 januari 2005;

b) vanaf 1 januari 2005, maar:

- ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a) bedoelde lening;

- ofwel, een lening betreffen die is afgesloten terwijl voor dezelfde woning nog een lening die is bedoeld in a) of in het vorige streepje in aanmerking komt voor de aftrek van interesten.

In die gevallen blijven de artikelen 7, 12, 14, 16, 93bis, 178, 235, 256, 277 en 290, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 386 tot 389, 393, § 2, 403, 404 en 406 tot 408 van de programmawet van 27 december 2004, van toepassing op het kadastraal inkomen van de in het eerste lid bedoelde woning.

§ 2. Deze paragraaf is van toepassing wanneer:

1° hypothecaire leningen zijn gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden, die zijn aangegaan:

a) voor 1 januari 2005;

b) vanaf 1 januari 2005, maar:

- ofwel, een herfinanciering betreffen van een in a) bedoelde lening;

- ofwel, een hypothecaire lening betreffen die is afgesloten terwijl voor dezelfde woning nog een hypothecaire lening die is bedoeld in a) of in het vorige streepje in aanmerking komt voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen;

2° het levensverzekeringscontracten betreffen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in 1° vermelde hypothecaire lening.

In die gevallen blijven de artikelen 104, 105, 115, 116, 145^1, 145^6, 145^17 tot 145^20, en 243, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 394 tot 397, 399, 400 en 405 van de programmawet van 27 december 2004, van toepassing op de interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een in het eerste lid, 1°, bedoelde hypothecaire lening of bijdragen betaald ter uitvoering van een in het eerste lid, 2°, bedoeld verzekeringscontract.

Wanneer de belastingplichtige naast de in deze paragraaf vermelde interesten, betalingen en bijdragen, andere bijdragen of betalingen heeft betaald of gedaan die in aanmerking komen voor de in artikel 145^1, 2° en 3°, bedoelde vermindering, gelden de regels van het in het vorige lid bedoelde artikel 145^6 eveneens voor die andere bijdragen en betalingen.

§ 3. De in de vorige paragrafen vermelde regels worden niet toegepast op de aldaar bedoelde leningen en contracten wanneer de belastingplichtige in zijn aangifte betreffende het belastbare tijdperk waarin een in § 1, eerste lid, b), tweede streepje, en § 2, eerste lid, 1°, b), tweede streepje, bedoelde lening of een levensverzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in § 2, eerste lid, 1°, b), tweede streepje, bedoelde hypothecaire lening, is gesloten, vermeldt dat hij voor die na 1 januari 2005 gesloten leningen of contracten opteert voor de toepassing van de in artikel 104, 9°, bedoelde aftrek.

Die keuze is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, moeten beide belastingplichtigen dezelfde keuze maken.

§ 4. De in euro uitgedrukte bedragen bedoeld in de artikelen die in de §§ 1 en 2 zijn opgenomen, worden, naargelang het geval, jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast overeenkomstig de artikelen 178 of 518.