Artikel 55, WIB 92

Art. 55 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 50, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)

Interesten van obligaties, leningen, schulden, deposito's en andere effecten ter vertegenwoordiging van leningen worden slechts als beroepskosten aangemerkt in zover zij niet hoger zijn dan het bedrag dat overeenstemt met een rentevoet die de Koning bepaalt met inachtneming van die welke wordt toegepast door de emitterende instelling van het land waarvan de munt de leningen uitdrukt of van die welke wordt toegepast op de markt van dat land, verhoogd met 3 punten.

De in aanmerking te nemen rentevoet is:

1° ofwel die welke wordt toegepast op de dag waarop de geleende of in deposito ontvangen sommen inkomsten beginnen op te brengen, met dien verstande dat de verlenging en de stilzwijgende vernieuwing van een overeenkomst na de aanvankelijk gestelde termijn worden gelijkgesteld met het sluiten van een nieuwe overeenkomst;

2° ofwel wanneer in de overeenkomst een veranderlijke rente of een indexering wordt bedongen, de rentevoet die wordt toegepast op de vervaldag van de inkomsten, of de voeten die eventueel achtereenvolgens zijn toegepast in het tijdvak waarop de inkomsten betrekking hebben, indien en in zover de contractuele bepalingen uitwerking hebben gehad.