Artikel 69, WIB 92
Art. 69, § 1, eerste lid, 2°, e), en 4°, en zesde en zevende lid, treedt in werking op 01.01.2022 (art. 21, 1° tot 3°, en 23, W 25.11.2021 - B.S. 03.12.2021; Numac: 2021033910)
§ 1. De investeringsaftrek komt in mindering van de winst of de baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht en wordt als volgt bepaald:
1° het basispercentage van de aftrek bedraagt 8 %. Evenwel bedraagt het basispercentage van de aftrek 20 %, voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019. Het basispercentage van de aftrek bedraagt 25 %, voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 12 maart 2020 en 31 december 2022.
2° in afwijking van de bepaling onder 1°, geldt in de hierna opgesomde gevallen als basispercentage van de aftrek de percentsgewijs uitgedrukte stijging van het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van het Rijk voor het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, waaraan het belastbare tijdperk is verbonden waarin de investering is verricht, ten opzichte van het gemiddelde van de indexcijfers van het eraan voorafgaande jaar, afgerond tot de hogere of lagere eenheid naargelang de breuk al dan niet 50 % bedraagt, en verhoogd met 1,5 percentpunten, maar het aldus verkregen percentage mag niet minder dan 3,5 % noch meer dan 10,5 % bedragen. Dit basispercentage wordt verhoogd met 10 percentpunten met betrekking tot:
a) de octrooien;
b) de vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken;
c) de vaste activa die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie;
d) een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem die wordt geïnstalleerd in de rookkamer van een horeca-inrichting;
e) de koolstofemissievrije vrachtwagens en tankinfrastructuur voor blauwe, groene of turquoise waterstof en elektrische laadinfrastructuur met betrekking tot koolstofemissievrije vrachtwagens;
f) de digitale vaste activa die dienen voor de integratie en de exploitatie van digitale betalings- en factureringssystemen en de systemen die dienen voor de beveiliging van informatie- en communicatietechnologie;
3° het in de bepaling onder 2° bedoelde basispercentage wordt verhoogd met 17 percentpunten met betrekking tot de materiële vaste activa die dienen voor de beveiliging van de beroepslokalen en hun inhoud en van de in artikel 44bis, § 1, derde lid, bedoelde bedrijfsvoertuigen.
4° het percentage dat van toepassing is voor de in de bepaling onder 2°, e), bedoelde vaste activa wordt verder verhoogd met:
- 21,5 percentpunten voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht in 2022 of 2023;
- 16 percentpunten voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht in 2024;
- 10,5 percentpunten voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht in 2025;
- 5 percentpunten voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht in 2026;
Wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit het basispercentage verhogen.
De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de in uitvoering van het tweede lid genomen besluiten. Deze besluiten worden geacht geen uitwerking te hebben gehad indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen de 12 maanden na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, d, wordt verstaan onder horeca-inrichting: elke voor het publiek toegankelijke plaats of lokaal, ongeacht de toegangsvoorwaarden, waar de belangrijkste en permanente activiteit bestaat uit het voorbereiden en/of aanbieden van maaltijden en/of dranken voor consumptie, al dan niet ter plaatse, en dit zelfs kosteloos.
De aftrek als bedoeld in het eerste lid, 2°, f), is slechts van toepassing op natuurlijke personen die op overeenkomstige wijze beantwoorden aan de criteria van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen voor het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarin de activa zijn verkregen of tot stand gebracht.
De in het eerste lid, 2°, e), bedoelde aftrek wordt beperkt tot 60 miljoen euro, het bedrag waarmee de maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 4, lid 1, s), van de Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, wordt bereikt.
De belastingplichtige kan slechts genieten van de in het eerste lid, 2°, e), bedoelde aftrek wanneer:
- hij geen achterstallige schulden heeft bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
- hij op de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht niet kon worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden;
- hij geen bevel tot terugvordering heeft uitstaan ingevolge een besluit van de Commissie die een door België verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt heeft verklaard;
- er voor deze vaste activa geen gewestelijke steun wordt aangevraagd, tenzij de gewestelijke steunregeling waarborgt dat de cumulatie van federale en gewestelijke steun niet tot gevolg heeft dat de in artikel 36 van de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, bedoelde maximale steunintensiteit en de in artikel 4, lid 1, s), van dezelfde Verordening bedoelde drempel overschreden worden.
