Artikel 90, WIB 92

Art. 90 treedt in werking op 01.01.2021 en is van toepassing op de vanaf 01.01.2021 behaalde of verkregen inkomsten (art. 61 en 72, 2de lid, W 24.12.2020 - B.S. 31.12.2020; Numac: 2020205617; art. 72 gewijzigd door art. 128, W 21.01.2022 - B.S. 28.01.2022; Numac: 2022040046)

[Voor de toepassing van artikel 37bis, § 2, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op de in het kalenderjaar 2021 behaalde inkomsten, worden de in het kalenderjaar 2020 behaalde inkomsten uit occasionele diensten tussen burgers als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°ter, van datzelfde Wetboek, zoals het voor het kalenderjaar 2020 van toepassing was, in rekening gebracht om te bepalen of de jaargrens vermeld in voormeld artikel 37bis, § 2, tweede lid, voor het vorige kalenderjaar wordt overschreden (art. 67, W 24.12.2020 - B.S. 31.12.2020; Numac: 2020205617; treedt in werking op 01.01.2021 [art. 72, 3de lid; art. 72 gewijzigd door art. 128, W 21.01.2022 - B.S. 28.01.2022; Numac: 2022040046])]


Diverse inkomsten zijn:

1° onverminderd het bepaalde in 1°bis, 1°ter, 8° en 10° winst of baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privé-vermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen;

1°bis winst of baten, die, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit diensten, andere dan diensten die uitsluitend inkomsten genereren die overeenkomstig de artikelen 7 of 17 of het 5° van dit lid aan de belasting worden onderworpen, die door de belastingplichtige zelf worden verleend aan derden, wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

a) de diensten worden uitsluitend verleend aan natuurlijke personen die niet handelen in het kader van hun beroepswerkzaamheid;

b) de diensten worden uitsluitend verleend in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een erkend elektronisch platform (...);

c) de vergoedingen met betrekking tot de diensten worden enkel door het in b) vermelde platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter betaald of toegekend.

1°ter de vergoedingen voor verenigingswerk als bedoeld in hoofdstuk 8 van de wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk, wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

a) het betreft vergoedingen die de belastingplichtige, die gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsactiviteit uitoefent overeenkomstig één van de in artikel 4, §§ 1 en 2, van de voormelde wet vermelde voorwaarden of bij toepassing van artikel 4, §§ 3 en 4, van diezelfde wet van die tewerkstellingsvoorwaarde is vrijgesteld, verkrijgt van een organisatie als bedoeld in artikel 2, 3°, van diezelfde wet voor prestaties als bedoeld in artikel 3 van diezelfde wet en die vergoedingen beantwoorden aan de in artikel 27, § 1, derde lid, van dezelfde wet vastgelegde voorwaarde inzake de minimumvergoeding;

b) voor de prestaties is een schriftelijke overeenkomst gesloten overeenkomstig artikel 6 van de voormelde wet;

c) alle prestaties evenals de voor de prestaties overeengekomen vergoeding worden elektronisch geregistreerd overeenkomstig artikel 35 van de voormelde wet;

2° prijzen en gedurende twee jaar ontvangen subsidies, voor de schijf boven 2.500 euro (basisbedrag), en andere subsidies, renten of pensioenen die door Belgische of vreemde openbare machten of openbare instellingen zonder winstoogmerken zijn toegekend aan geleerden, schrijvers of kunstenaars, met uitzondering van de sommen die zijn betaald of toegekend als bezoldiging van bewezen diensten en beroepsinkomsten zijn.

De Koning stelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de prijzen en subsidies vrij die zijn toegekend door de instellingen die Hij erkent;

3° onderhoudsuitkeringen die aan de belastingplichtige regelmatig zijn toegekend door personen van wier gezin hij geen deel uitmaakt, wanneer ze worden toegekend ter uitvoering van een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek of van een gelijkaardige wettelijke verplichting in een buitenlandse wetgeving, alsmede kapitalen die zulke uitkeringen vervangen;

4° uitkeringen of aanvullende uitkeringen als vermeld onder 3° die, ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, aan de belastingplichtige zijn betaald na het belastbare tijdperk waarop ze betrekking hebben;

5° inkomsten verkregen, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, uit de onderverhuring of de overdracht van huur van al dan niet gemeubileerde onroerende goederen of uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is en niet is gelegen binnen de omheining van een sportinrichting te gebruiken om er plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen;

6° loten van effecten van leningen, met uitzondering van de loten die van elke Belgische zakelijke en personele belasting of van elke belasting zijn vrijgesteld;

7° opbrengsten uit de verhuring van jacht-, vis- en vogelvangstrecht;

8° meerwaarden op in België gelegen ongebouwde onroerende goederen of op andere zakelijke rechten dan een recht van erfpacht of van opstal of dan een gelijkaardig onroerend recht met betrekking tot zulke onroerende goederen die naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel zijn verwezenlijkt, ingeval:

a) die goederen onder bezwarende titel zijn verkregen en zijn vervreemd binnen acht jaar na de datum van de authentieke akte waarbij de verkrijging is vastgesteld of, bij gebrek aan authentieke akte, na de datum waarop enigerlei andere akte of geschrift waarbij de verkrijging is vastgesteld, aan de registratieformaliteit is onderworpen;

b) die goederen bij schenking onder levenden zijn verkregen en zijn vervreemd binnen drie jaar na de akte van schenking en binnen acht jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging onder bezwarende titel door de schenker of, bij gebrek aan authentieke akte, na de datum waarop enigerlei andere akte of geschrift waarbij de verkrijging onder bezwarende titel door de schenker is vastgesteld, aan de registratieformaliteit is onderworpen;

9° meerwaarden op aandelen die:

- ofwel, zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van die aandelen buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen;

- ofwel, rechten in een binnenlandse vennootschap vertegenwoordigen en die naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van die aandelen aan een in artikel 227, 2° of 3°, vermelde rechtspersoon waarvan de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer niet in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid zijn verwezenlijkt, indien de overdrager, of zijn rechtsvoorganger ingeval de aandelen niet onder bezwarende titel zijn verkregen, op enig tijdstip in de loop van vijf jaar vóór de overdracht, alleen of samen met zijn echtgenoot of zijn afstammelingen, zijn ascendenten, zijn zijverwanten tot en met de tweede graad en die van zijn echtgenoot, middellijk of onmiddellijk meer dan 25 % heeft bezeten van de rechten in de vennootschap waarvan de aandelen worden overgedragen;

10° meerwaarden die naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel zijn verwezenlijkt op in België gelegen gebouwde onroerende goederen of op zakelijke rechten met betrekking tot zulke goederen, met uitzondering van het recht van erfpacht, het recht van opstal of een gelijkaardig onroerend recht, ingeval:

a) die gebouwde onroerende goederen onder bezwarende titel zijn verkregen en binnen vijf jaar na de datum van verkrijging zijn vervreemd;

b) die gebouwde onroerende goederen zijn verkregen bij schenking onder levenden en zijn vervreemd binnen drie jaar na de akte van schenking en binnen vijf jaar na de datum van verkrijging onder bezwarende titel door de schenker;

c) de belastingplichtige een gebouw heeft opgetrokken op een ongebouwd onroerend goed dat hij onder bezwarende titel of bij schenking onder levenden heeft verkregen, voor zover de bouwwerken een aanvang hebben genomen binnen de vijf jaar na de verkrijging van de grond onder bezwarende titel door de belastingplichtige of door de schenker en het geheel binnen de vijf jaar na de datum van de eerste ingebruikname of verhuring van het gebouw werd vervreemd.

Onder datum van verkrijging of vervreemding moet worden verstaan:

- de datum van de authentieke akte van verkrijging of van vervreemding;

- of, bij gebrek aan authentieke akte, de datum waarop enigerlei andere akte of geschrift waarbij de verkrijging of de vervreemding is vastgesteld, aan de registratieformaliteit is onderworpen.

11° de vergoedingen voor ontbrekende coupon of voor ontbrekend lot betreffende financiële instrumenten die het voorwerp uitmaken van een zakelijkezekerheidsovereenkomst of van een lening.

12° persoonlijke vergoedingen uit de exploitatie van een uitvinding die door een universiteit, een hogeschool, het "Federaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Fonds fédéral de laRecherche scientifique- FFWO/FFRS", het "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen-FWO", het "Fonds de la Recherche scientifique- FNRS- FRS-FNRS" of een overeenkomstig artikel 275^3, § 1, tweede lid, erkende wetenschappelijke instelling op grond van een door die universiteit, hogeschool of wetenschappelijke instelling uitgevaardigd valorisatiereglement, worden betaald of toegekend aan onderzoekers. Onder "onderzoeker" wordt verstaan iedere onderzoeker die wordt bedoeld in artikel 275^3, § 1, eerste en tweede lid, en die - alleen of binnen een ploeg - onderzoek verricht in een universiteit, hogeschool of erkende wetenschappelijke instelling, alsmede de docenten. Onder "uitvindingen" wordt verstaan octrooieerbare uitvindingen, kweekproducten, tekeningen en modellen, topografieën van halfgeleiderproducten, computerprogramma"s en databanken, die voor commerciële doeleinden kunnen worden aangewend.

De Koning erkent de in het eerste lid, 1°bis bedoelde platformen onder de voorwaarden die Hij bepaalt. Elk platform stelt bij het einde van elk jaar voor elke dienstverrichter een document op dat het bezorgt aan de betrokken dienstverrichter en aan de bevoegde administratie en waarin minstens de identiteit van de dienstverrichter en zijn rijksregisternummer in de zin van artikel 2, tweede lid, of van artikel 2bis, derde lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen, de omschrijving van de geleverde diensten, het bedrag van de vergoedingen en het bedrag en de aard van de ingehouden sommen worden vermeld. De Koning bepaalt de inhoud van het document, de termijn waarbinnen het moet worden bezorgd, evenals de manier waarop het bij de bevoegde administratie wordt ingediend. Het gebruik van het rijksregisternummer is beperkt tot het doeleinde van het opstellen van het voornoemde document.

De inkomsten van onroerende goederen, de in artikel 17, § 1, 3° en 5°, bedoelde inkomsten van roerende goederen evenals de in het eerste lid, 5°, bedoelde inkomsten uit onderverhuring van onroerende goederen worden als in het eerste lid, 1 bis, vermelde inkomsten aangemerkt in de mate dat die goederen door de verkrijger van die inkomsten worden gebruikt voor het verwerven van de voormelde inkomsten.