Artikel 105, WIB 92
Art. 105 is van toepassing op de hypothecaire leningen die vanaf 01.01.2005 zijn gesloten voor het verwerven of behouden van de woning die is bedoeld in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het door artikel 394 van de programmawet van 27.12.2004 is gewijzigd, en de levensverzekeringscontracten die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening (art. 395, progW 27.12.2004 - B.S. 31.12.2004; Numac: 2004021170 - err. B.S. 18.01.2005)
[De oude tekst van artikel 105, zoals die bestond alvorens te zijn gewijzigd door de programmawet van 27.12.2004, blijft van toepassing op hypothecaire leningen of levensverzekeringscontracten die voldoen aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92]
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de aftrekken vermeld in artikel 104 als volgt aangerekend:
Eerst wordt de aftrek vermeld in artikel 104, 9°, aangerekend volgens de verdeling die de belastingplichtigen kiezen binnen de in artikel 115, eerste lid, 6°, en 116 vermelde begrenzingen, voor zover die verdeling er niet toe leidt om in hoofde van een van de belastingplichtigen minder dan 15 % van de aftrekbare sommen aan te rekenen;
Vervolgens worden de in artikel 104, 3° tot 8°, vermelde aftrekken evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide belastingplichtigen;
Ten slotte worden de in artikel 104, 1° en 2°, vermelde aftrekken bij voorrang aangerekend op het totale netto-inkomen van de belastingplichtige die de uitgaven verschuldigd is en het eventuele saldo wordt op het totale netto-inkomen van de andere belastingplichtige aangerekend.
